Introfoto omgaan met kleur

Omgaan met kleur


Wat je op je scherm ziet, dat moet ook wel kloppen natuurlijk. Wat rood is, moet rood blijven. Niet alleen in de camera. Maar ook op je scherm, op het scherm van een ander, in een print, waar dan ook.


Kleuren zijn natuurlijk belangrijk in de fotografie, tenzij je je bezighoudt met zwart/wit-fotografie. Maar er zijn wat stappen voor nodig om je kleuren ook natuurgetrouw te krijgen en ervoor te zorgen dat ze dat overal zijn. In dit artikel ga ik in op de techniek achter de wondere wereld van de kleuren.

Download dit document in PDF

Inhoudsopgave

Kleuren maken
kleurpofielen
Beeldschermen
Printers
Werkomgeving
Kalibreren
Cameraprofielen


Kleuren maken


Om te beginnen, er zijn verschillende manieren om kleuren te maken. Een kleur bestaat uit verschillende pigmenten maar het scherm (waar je waarschijnlijk het meeste van je foto's bekijkt) heeft geen pigmenten. Dat zou een puinhoop op je bureau worden. Een beeldscherm werkt door middel van licht. Het gaat misschien wat ver om dat helemaal uit te leggen maar door verschillende technieken is men in staat om een kleur uit te zenden. Door verschillende kleuren heel dicht naast elkaar te zetten kun je een andere kleur ervaren.

Om daar wat verder op in te gaan. Een beeldscherm laat drie kleuren zien; rood, groen en blauw. Maar er zijn ook kleuren als geel. Die worden door het scherm niet weergegeven. Een citroen is echter wel behoorlijk geel en om dat weer te geven worden de kleuren rood en groen met elkaar gemengd. Dat rood en groen samen geel vormen heb je natuurlijk ooit op school geleerd. Zo werkt een beeldscherm ook een beetje. Door heel selectief minder kleuren te laten zien worden andere kleuren gevormd. En natuurlijk is er ook nog licht en donker. Bij zwart wordt er geen licht doorgegeven en bij wit staan alle kleuren fel te stralen.

detail van een beeldscherm

Hiernaast zie je een detail van een beeldscherm. Je ziet hoe de individuele beeldpunten zijn opgebouwd uit hele kleine lichtjes. Door te spelen met deze lichtjes worden andere kleuren gevormd en zie je naast de hoofdtinten rood, groen en blauw ook andere tinten zoals oranje, geel, paars en noem maar op. Een beetje beeldscherm is in staat om miljoenen kleuren te laten zien, meer dan het menselijk oog kan waarnemen. Hierdoor is ook een verloop van bijvoorbeeld geel naar oranje te maken.

Dit is dus één manier om kleuren te maken. Natuurlijk zijn er ook nog andere.
Een printer heeft bijvoorbeeld geen licht om kleuren mee te maken, die werkt wel met pigmenten. Of dit nu poeder is, zoals bij een laserprinter, of met inkt, dat maakt even niet uit. Er worden verschillende kleuren geprint en door deze te mengen, of heel dicht naast elkaar te printen, wekt men de indruk van andere kleuren.


Ik ga in dit verhaal even uit van een inktjetprinter. Het gaat over foto's en laserprinters zijn nog lang niet in staat zulke mooie afdrukken te maken vergeleken met inktjetprinters. De specialistische fotoafdrukapparaten van de fotolabs laat ik ook even buiten beschouwing.

Een printer maakt zijn kleuren niet uit rood, groen en blauw. Een printer gebruikt andere kleuren; cyaan, magenta, geel (yellow) zijn de kleuren die een inktjetprinter gebruikt. En andere kleuren worden gevormd door het mengen van deze tinten. Daarnaast zit er ook nog zwart in een printer. Dit zou in theorie niet nodig zijn. Wanneer je de drie kleuren goed vermengt krijg je eigenlijk ook al zwart. Maar het is niet zo diep zwart als een losse inkt en het is ook duur om door middel van de kleuren mengen zwart te maken. Daarom dus die extra kleur zwart.
Dan heb je voor een printer cyaan, magenta, geel en zwart als kleuren. Natuurlijk zijn er nog printers met meer kleuren. Zo heeft de mijn (Canon Pixma Pro-10) ook nog grijs bijvoorbeeld.

detail van een print

Hiernaast een voorbeeld van hoe een foto opgebouwd is met een print-systeem. Deze krantenfoto bestaat uit allemaal kleine puntjes die dicht naast elkaar liggen. Met een macro-objectief kun je de puntjes gewoon letterlijk tellen. En vanaf een afstand is het gewoon een kleurenfoto. Met een inktjeprinter voor thuis liggen die puntjes zelfs zo dichtbij elkaar dat ik het met een macro-objectief nog niet eens kan onderscheiden.


Deze twee manieren van kleuren maken zijn binnen de fotografie toch wel de belangrijkste. Om het even net wat duidelijker te maken hieronder een schema.

RGB versus CMYK

Links de kleuren zoals ze op je beeldscherm gemaakt worden. Door het rode, groene en blauwe licht met elkaar te vermengen (of dicht genoeg bij elkaar te leggen) krijg je dus nieuwe kleuren. Dit is het RGB-systeem. Wit krijg je als alle drie de kleuren even fel zijn en zwart door de kleuren simpel uit te zetten.

Rechts dan juist weer de kleuren zoals een printer werkt. Door de kleuren cyaan, magenta en geel te mengen (of wederom heel dicht naast elkaar te printen) krijg je de andere kleuren. Wit krijg je door juist niet te printen. Dan krijg je gewoon de papierkleur. En zwart krijg je in theorie door alle kleuren te mengen. Maar hier wordt dus een extra kleur voor gebruikt; zwart. Dit is dus het CMYK-systeem.

Nu weet je dus hoe kleuren opgebouwd kunnen worden en snap je ook dat het totaal verschillende manieren van werken zijn. En toch is het voor ons fotografen belangrijk dat het rood wat ik op het scherm zie ook het rood is wat ik dadelijk vanuit de printer in handen krijg. Twee werelden van verschil; een apparaat wat ligt uitstraalt en werkt via het RGB-systeem en dat moet een print opleveren die dan werkt met gereflecteerd licht (een print straalt geen licht uit en heeft een losse lichtbron zoals een lamp nodig om hem te kunnen zien) en werkt met het CMYK-systeem.
Deze mengelmoes van apparaten geeft natuurlijk problemen.

In theorie dan, in de praktijk vaak gelukkig wat minder. In een pixel van een foto zit natuurlijk informatie. Als die pixel net niet rood is maar bijvoorbeeld ook een beetje groen en blauw heeft, dan kan het scherm dat goed laten zien. Je krijgt net geen diep rood. Laat je dit de printer afdrukken dan is het apparaat slim genoeg om dat ook net niet helemaal rood te printen.
De apparaten kunnen met elkaar communiceren door middel van profielen. Deze zijn standaard aanwezig en door de fabrikant volgens bepaalde richtlijnen gemaakt. En meestal werken deze profielen ook wel prima. Het gros van de mensen zal er niet zo van wakker liggen als het allemaal net niet klopt. Voor een fotograaf is dat natuurlijk anders.

Ik wil als fotograaf in mijn beeld een bepaald idee meegeven, een bepaald gevoel creëren. Dit doe ik niet alleen met het licht in de foto of met de compositie. Ook de kleur kan belangrijk zijn. Ik wil mijn kleuren precies zoals ze zijn. Niet ongeveer "dat en dat rood" maar ik wil precies "dat ene rood". En "dat ene rood" moet dan ook zo afgedrukt worden. Voor fotografie komt het allemaal net wat nauwer en daarom worden de apparaten vaak extra op elkaar afgestemd om ze net even iets beter met elkaar te laten praten. Dit afstemmen noem je kalibreren. Je ijkt je monitor en je printer aan een bepaalde standaard. Ik leg het je later uit hoe dat ongeveer in zijn werk gaat. Ik wil namelijk eerst nog even los over het beeldscherm en de printer praten.

Kleurprofielen

Goed, nu weet je dat er verschillende manieren zijn om kleuren te maken. Daar houdt het nog niet op. Naast verschillende manieren van kleuren maken heb je ook nog verschillende profielen in die manier van mixen. Als het bijvoorbeeld gaat over RGB dan zijn er verschillende modellen waarin die kleuren worden gedefinieerd. Zo, dat is nog eens een lastig begrip. Valt wel mee hoor.

Nu je bijvoorbeeld weet dat je met rood, groen en blauw kleuren kan mengen, zul je misschien ook begrijpen dat het aantal kleuren beperkt is. Dat is deels waar, en deels ook weer niet.
Er zijn verschillende schema's verzonnen waarin het aantal kleuren beperkt is. Het menselijk oog kan een x-aantal kleuren weernemen. Moet de mix van RGB dan ook al die kleuren weer kunnen geven? Aan de ene kant zou je daar ja op zeggen maar niet iedereen doet dat. Er zijn mensen geweest die hebben bedacht dat niet alle kleuren die het menselijk oog kan zien ook gereproduceerd moeten worden. Hiervoor bedachten zij een profiel waarin het aantal kleuren (en natuurlijk ook welke) weer moesten worden gegeven.

Er zijn tal van profielen die dus bepalen hoeveel kleur er in zitten. En een apparaat kan werken met een bepaald profiel. De twee bekendste voor fotografen zijn sRGB en AdobeRGB. Het makkelijkste is het misschien om dat te laten zien met een hoefijzervormig schema:

sRGB, AdobeRGB en CMYK kleurprofielen

Hiernaast het hoefijzerdiagram met daarin de kleurenprofielen. Beschouw het complete hoefijzer even als alle kleuren die je kunt zien. Je ziet daarin een aantal driehoeken die de kleurprofielen vertegenwoordigen. Daarin sRGB en AdobeRGB. Je ziet dat AdobeRGB groter is dan sRGB en dat komt omdat je in het kleurmodel van AdobeRGB ook meer kleuren kunt weergeven. Vooral in de groene tinten kan er in AdobeRGB veel meer dan in sRGB.

Je ziet in het schema ook een CMYK-kleurprofiel staan. Dit loopt heel anders dan de driehoek van RGB. Dat komt omdat CMYK op een andere manier gemaakt wordt. Om te beginnen uit vier kleuren maar ook door een zogenoemd subtractieve manier van mengen. Daar wordt bij het mengen van de kleuren de onderliggende kleur geblokt. Bij RGB word de kleur er aan toegevoegd, opgeteld zeg maar, en dat is dan ook een additieve manier van kleuren mengen. Maar dat even terzijde.
Je ziet wel dat de kleurruimte van AdobeRGB groter is dan die van CMYK. Werkt je dus vooral in een foto met veel groen in een AdobeRGB-kleurprofiel, dan kan dat op de afdruk wel eens totaal anders uitpakken. Gelukkig is de software van de printer behoorlijk slim en weet hij dat wel een heel eind op te lossen.


Maar er zijn dus verschillende kleurprofielen. Het houdt niet alleen op bij AdobeRGB en sRGB. Er zijn nog andere RGB-profielen. Maar ook veel andere soorten profielen. Ook papier heeft eigen profielen. Er zijn papiersoorten die bepaalde kleuren minder goed weergeven dan andere. Dat is nu eenmaal zo. Is het voor jou als fotograaf belangrijk? Jazeker!

Je wilt de maximale ruimte om mee te werken en je camera biedt je vaak de keuze tussen sRGB en AdobeRGB. Kies die laatste. Daarmee heb je gewoon meer kleuren. Ook al zie je dat niet direct op je beeldscherm. Een beeldscherm is, momenteel, nog niet in staat om het complete AdobeRGB weer te geven. Maar sRGB wel. Fotografeer je in sRGB dan ziet er dat op een fatsoenlijk beeldscherm iets minder mooi uit. Maar je mist dus ook kleurinformatie. Ga je met je foto aan de slag, vooral in het groen gebied, dan kun je misschien meer kapot maken dan je lief is. AdobeRGB biedt je vanuit de camera dus al meer ruimte voor bewerkingen.


Het beeldscherm

Dit is het gene waar je naar kijkt. Eigenlijk het belangrijkste stukje gereedschap van je computer. Natuurlijk is rekenkracht ook belangrijk maar ik moet uitgaan op wat ik zie en het enige wat ik zie is dus dat beeldscherm.

Beeldschermen zijn er in tal van soorten. Het spreekt voor zich dat er verschillende formaten zijn. Maar er zijn ook verschillende soorten schermen. Dit heeft vaak met geld te maken. De beeldschermen die kleuren erg natuurgetrouw weer kunnen geven zijn anders dan de schermen die heel snel van kleur kunnen wisselen. Dat eerste is belangrijk in de fotografie maar dat tweede bijvoorbeeld als je veel spellen speelt.

Een beeldscherm

Want daar is eigenlijk al meteen een grote scheiding in te maken. Er zijn snelle beeldschermen die erg goed geschikt zijn voor bijvoorbeeld spellen. Dit zijn schermen met een zogenoemde TN-techniek. Oftewel een TN-paneel. Deze schermen zijn in staat om erg snel te kunnen wisselen van kleuren waardoor bewegingen er vloeiender uitzien. Denk hierbij aan bijvoorbeeld 4 of 5 milliseconden. Maar voor fotografie zijn ze niet zo geschikt. Dat is ook niet zo nodig omdat de vloeiende dingen zoals een spel of een film door de beweging niet zo nauwkeurig beoordeeld hoeven te worden. Het grootste nadeel is, is dat de beeldschermen met TN-panelen lastig te kalibreren zijn. Over kalibreren dadelijk meer.

Dit is natuurlijk met foto's. Foto's staan lang op een beeldscherm en veranderingen kunnen soms heel klein zijn. Het is dus belangrijk dat dit wel goed word weergegeven. Daarom zijn er ook schermen die dit beter kunnen. Dit zijn schermen met een IPS-paneel. Deze zijn langzamer dan schermen met een TN-paneel. Niet schokkend langzamer hoor. Een filmpje kijken of een spel spelen kan nog steeds. Net als dat je op een scherm met een TN-paneel ook nog wel iets met foto's kan hoor. Maar als ik je mag adviseren, let erop dat je voor foto's zoekt naar een scherm met IPS-paneel als je in de markt bent voor een nieuw scherm.

Natuurlijk zijn die IPS-panelen duurder dan TN-panelen en de beeldschermen met IPS-panelen zijn dan ook iets duurder. Vooral bij grote schermen is dit gat relatief groot waardoor een 30 inch scherm met TN-technologie wel betaalbaar lijkt maar eenzelfde formaat met IPS-technologie reteduur kan zijn.

En dan zijn er voor een scherm natuurlijk nog wel meer factoren. De kleurruimte die het weer kan geven bijvoorbeeld. Zo zijn er schermen die bijna het volledige spectrum van AdobeRGB weer kunnen geven. Tegenwoordig word dat tot bijna 100% benaderd. Je snapt dat dit natuurlijk duurder is dan een scherm wat maar tot 92% van AdobeRGB komt. De vraag die je jezelf moet stellen is natuurlijk hoe belangrijk dat voor je is. Persoonlijk vind ik het niet de moeite waard maar ik zit ook niet de hele dag naar dat beeldscherm te turen; ik moet ook foto's maken.

Welk scherm jij moet kopen, dat kan ik je niet vertellen. Ik kan niet naar je wensen raden en ook je budget is anders. Mail me daar ook niet over want er zijn genoeg websites waar je schermen kunt vergelijken en ook via Google moet je een heel eind kunnen komen. Kleine tip; ga misschien niet helemaal voor het formaat wat je graag zou willen maar kies een maatje kleiner waarmee je misschien wel geld bespaart wat je in een beter beeldscherm kunt steken. Zo kun je van Eizo al goede beeldschermen kopen voor een prijs waar je bij de concurrent misschien een groter scherm voor hebt. Maar ik werk liever op een kleinere Eizo dan een groter scherm van mindere kwaliteit.

De Printer

De beste keuze voor een veeleisende fotograaf is nog steeds de inktjetprinter. Andere systemen geven je minder controle (laserprinter) of minder precisie (dye-sub). Maar ook inktjetprinters komen in tal van soorten. Standaard zijn de vier kleuren inkt (cyaan, magenta, geel en zwart) maar de duurdere printers hebben vaak meer kleuren. Op die manier kunnen ze nog nauwkeuriger de kleuren mengen.

Inktjetprinters hebben ook het voordeel dat er een grote keuze aan papier voor is.
Een afgedrukte foto is toch een tastbaar product, een product waar je echt wat meer moeite voor moet doen dan een foto op je scherm. De indruk van een goede foto gaat ook verder dan op je scherm. Of je de foto nu in de hand hebt of dat ie aan de muur hangt maakt nog even niet zozeer uit. Buiten kleurechte weergaven is ook het papier bij een afdruk belangrijk. Het vergroot de feeling die de foto moet oproepen. Natuurlijk is dat voor je vakantiefoto's die je aan de familie laat zien misschien anders dan voor een stukje kunst wat je in de huiskamer wil hangen. De beleving van de afdruk zit natuurlijk in de presentatie en het papier is daar onderdeel van.

Een printer

De mate van kleurechtheid van een inktjetprinter alsmede de ruime keuze in papiersoorten laten de andere type printers al achter zich als het gaat om welk systeem je moet kiezen voor foto's. Wil je serieus zelf foto's afdrukken, dan kies je voor een inktjet. Let erop; het is duurder dan bij de fotocentrale. Dus als het voornamelijk gaat over vakantiefoto's dan ben je beter af bij een afdrukcentralen. Wil je iets betere afdrukken dan van de Hema of het Kruidvat, dan is er bijvoorbeeld ProfotoNet en als je het echt vakkundig wil laten doen, dan kun je eens contact zoeken met een Vaklab. Hier zitten mensen die zich de hele dag bezig houden met afdrukken en niets anders doen dan bezig zijn met kleuren. Zij kunnen voor jou ook een mooie grote afdruk voor aan de muur maken. Kost misschien wel wat geld maar voor een incidentele keer is het goedkoper dan zelf printen.

Want ook goede printers kosten geld. Je kunt voor ongeveer 100 euro een printer kopen waar je best wel een leuke foto mee af kan drukken. Maar wil je groter dan A4 af kunnen drukken, dan gaat ook hier de regel tellen dat groter = duurder. Een printer die net iets groter dan A3 print en met veel kleuren werkt kost je al snel een paar honderd euro. En dan heb ik het nog niet over papier of over de inkt die het vreet.


Maar net als bij beeldschermen heb je natuurlijk ook kwaliteitsverschil bij printers. De merken als Epson en Canon hebben d'r zaakjes wel voor elkaar als het gaat om printers maken die mooie foto's af kunnen drukken. Voor merken die zich meer bezighouden met printers voor kantoren, bijvoorbeeld Brother of HP, zijn de mogelijkheden vaak wat beperkter. Vaak hebben deze merken juist alleen maar de essentiële kleuren (Cyaan, Magenta, geel en zwart) en misschien zij de steunkleuren die foto's op bijvoorbeeld matpapier wel kleurgetrouw kunnen weergeven.

Waarom staat de printer in dit verhaal?
Ook voor een printer geld; wat rood is in een foto moet ook even rood zijn op de afdruk. Het heeft geen zin om een mooie foto op een nauwkeurig beeldscherm helemaal netjes af te werken om vervolgens op je print te merken dat het als een kaartenhuis inzakt qua kleuren. Ook een goede printer moet verteld worden wat er allemaal precies qua kleuren moet gebeuren. Ook een goede printer moet gekalibreerd worden voor het type printer en het papiersoort wat er gebruikt wordt.

Je werkomgeving

Het word vaak vergeten maar ook je werkomgeving is heel belangrijk voor hoe jij de kleuren ervaart. Je ogen zijn in staat om zich goed aan te passen. Hierdoor zie jij een wit vel als wit. Maakt niet uit of je nu in de ochtend op een hoge berg staat of onder de tl-verlichting op kantoor staat; het blijft een wit vel. Een camera, beeldscherm of printer heeft die flexibiliteit niet.

Het is belangrijk dat je een neutrale werkomgeving hebt. Een werkruimte waarbij je overdag door het zonlicht in de herfst een gele/oranje soort licht binnen laat komen en in de avonduren het licht van de gloeilamp via een groene muur laat weerkaatsen; dat zijn eigenlijk twee omgevingen.
Een goede werkomgeving is neutraal en stelt je in staat om lekker te kunnen werken zonder dat je je druk hoeft te maken of de kleur van de kamer invloed heeft op wat je op je beeldscherm ziet. Dat is een beetje tweeledig:

Aan de ene kant gaat het om de kleur van de werkruimte. Een neutrale kleur is het beste. Denk nu niet dat je alles grijs moet gaan schilderen hoor. Maar in theorie zou het niet eens zo verkeerd zijn. Maar het laatste wat je wilt is dat het licht wat in je werkkamer komt via de muur of plafond een andere kleur aan kan nemen.

Aan de andere kant is de verlichting die je hebt ook belangrijk. Je snapt dat als het buiten donker is, je een lamp aan doet. Maar de ene lamp is de andere niet. Een gloeilamp (tegenwoordig dan zo'n mooi gelige ledlamp) geeft geen goede kleur af. Dit geeft teveel gelig licht. Gezellig om met je partner bij te kletsen maar zeker niet goed om onder te werken.

Qua verlichting wil je licht wat kleurneutraal is. Waarin rode tinten net zo worden weergegeven als blauwe tinten (om er maar twee te noemen). Dit licht heet daglicht. Dat is licht wat alle kleuren van het spectrum even goed laat zien. Natuurlijk zijn hier ook nog gradaties in. Er is zogenoemd Normlicht. Dit is het beste. Maar wel aan de prijs. Voor een professionele werkomgeving zou je het kunnen overwegen maar voor thuis zou ik het niet doen. Ik zou geen 400 euro aan een stukje licht uit gaan geven.

Daglichten in een werkkamer

Als alternatief zou je gewone daglichtlampen kunnen overwegen. Deze kun je gewoon bij de fotozaak kopen. Het zijn de lampen die gebruikt worden in continuverlichting voor fotografie. De losse lampen kosten vaak enkele tientjes, afhankelijk van het vermogen. Maar ze gaan lang mee en het zijn ook spaarlampen. Belangrijker nog; ze geven een neutraal kleurenspectrum. Het licht is alleen spierwit en dat is niet het gezelligste om onder te kletsen. Maar het is wel licht waar je toch wel op een bepaalde hoogte van uit kunt gaan dat wat je ziet, ook dat is wat het is.

Qua armaturen hoef je ook geen kapitalen uit te geven. Voor een paar tientjes koop je al een armatuur wat aan de binnenkant bijvoorbeeld wit is. Een armatuur met een mooie gele kap moet je dan natuurlijk niet doen want dan ga je je verlichting alsnog een kleurtje geven en kun je net zo goed de gewone huiskamerverlichting gebruiken.


Kalibreren

Ik heb dus een stukje verteld over verschillende apparaten en ook een beetje over hoe kleuren in elkaar zitten. Het is ook belangrijk dat die verschillende apparaten met elkaar praten. Dat ze weten hoe de kleuren weergegeven moeten worden. Want pas als dat het geval is, dan kun je er objectief naar kijken. Pas als het rood op je scherm ook het rood uit de printer is, dan kun jij bepalen of het teveel of te weinig rood is. Je moet er vanuit kunnen gaan dat wat je ziet, dat dat ook klopt. En daarom moet je de apparaten kalibreren. Die geldt niet alleen voor je scherm maar ook voor je camera en printer.

Ieder apparaat moet afzonderlijk gekalibreerd worden en dat kan op twee verschillende manieren. De eerste is op het oog. Maar je snapt dat dat natuurlijk niet de juiste manier is. Onze ogen zijn behoorlijk complex en kunnen zich aan allerlei situaties aanpassen. Maar net als bij een goocheltruc kunnen ze ook voor de gek gehouden worden. Onze ogen zijn gewoon niet objectief genoeg. Een meetapparaat is dat natuurlijk wel.

Een meetapparaat is in staat om de kleuren van je scherm te lezen en te bepalen of ze correct zijn of dat ze aangepast moeten worden.
Natuurlijk zijn er, net als bijna alles in de fotografiewereld, weer verschillende apparaten te koop. Van goedkoop tot duur. En ook hier geldt weer; ik kan niet in je portemonnee kijken.

De goedkopere apparaten kunnen vaak minder dingen. Ze kunnen een scherm kalibreren en daar houdt het vaak op. Duurdere apparaten kunnen vaak meerdere schermen kalibreren, voor als je een computer hebt met twee of misschien wel drie beeldschermen eraan. Dan kun je ze allemaal nauwkeurig op elkaar afstemmen.
Nog duurdere zijn soms ook zelfs in staat om ook nog je printer of een beamer te kalibreren. Welke jij moet kopen hangt af van je wensen en je portemonnee natuurlijk.

Hoe gaat dat kalibreren dan eigenlijk in zijn werk?
Het kalibreren gebeurt door kleuren weer te geven en deze dan te meten. Laat ik eerst een beeldscherm als voorbeeld nemen.

Een beeldscherm kalibreren

Uiteraard dient er software geïnstalleerd te worden. Deze software, met het apparaat meegeleverd of via internet te downloaden, zorgt ervoor dat het meetapparaat aangestuurd kan worden. Tijdens de kalibratie hangt het apparaat tegen je scherm aan en zal de software kleuren weergeven. Het apparaat meet dan deze kleuren. Als er bijvoorbeeld puur rood in het RGB-model word weergegeven, dan is de kleurcode als volgt: rood = 255, groen = 0 en blauw is ook 0. Het apparaat meet deze kleur dan en kan bijvoorbeeld zien dat er een beetje groen of blauw bij zit, of te weinig rood.
Verschillende kleuren zullen je op scherm voorbij komen en de software kan daar een stukje mee rekenen. Aan het einde van de rit weet de software precies hoe alle kleuren op jouw scherm worden weergegeven maar aan de andere kant weet de software ook hoe de kleuren moeten zijn.

Nu gaat de software echt aan het rekenen en komt er een speciaal profiel wat die verschillen exact weet. Dit is dus echt afhankelijk van jouw scherm. En niet alleen je scherm. Ook de invloed van licht van buitenaf kan invloed hebben. Vandaar dat je ook een neutrale werkomgeving wilt hebben die om elf uur in de ochtend hetzelfde is als acht uur in de avond.
Dat profiel zal vervolgens in de computer geladen worden en daarmee is het proces eigenlijk klaar.

Nu is je monitor een apparaat. En we weten allemaal wel dat een apparaat op een bepaald moment minder goed is. Een stofzuiger zal in het begin prima stof zuigen maar na verloop van tijd merk je dat het ding ouder wordt en dat het minder goed werkt. Tijd voor een nieuwe dan.
Dat is met een beeldscherm niet anders. Na verloop van tijd is de rek er wel uit. Dit kan lang duren overigens. Maar dit proces gaat wel heel geleidelijk. Het veranderd iedere keer. En daarom wordt ook aangeraden om het kalibreren met regelmaat te doen. Je kunt vaak de software zo instellen dat je een herinnering krijgt. Een mooie termijn is eens in de twee weken. Bij een beeldscherm met een IPS-paneel erin. Bij een scherm met een TN-paneel zul je merken dat het sneller verloopt. Op zich merk je dit niet zozeer met het blote oog maar als je opnieuw kalibreert kun je aan het einde vaak een before en after zien. Dan merk je pas echt het verschil.

Ook de printer kun je met bepaalde apparaten kalibreren. Wat je dan doet is een standaard print maken. De software van je kalibratieapparaat genereert een bepaalde hoeveelheid vakjes en stuurt dit naar de printer. Vervolgens ga je deze met het apparaat inscannen en net als bij het beeldscherm ziet de software wat er gemeten is en de software weet wat het moet zijn. Vervolgens word er voor de printer ook een profiel aangemaakt en dat kun je later bij het afdrukken kiezen. Op deze manier zal het rood wat naar de printer gestuurd worden ook echt rood zijn zoals de software ook het rood op je beeldscherm aanstuurt.

Een printer kalibreren

Een printer kalibreren verloopt op zich ook. Inkt is niet iedere keer hetzelfde ook al is het wel van dezelfde fabrikant. Er kunnen toch kleine verschillen inzitten. Maar belangrijker nog; niet ieder papier is hetzelfde. Het verschil tussen glanzend en mat is al een wereld van verschil als het om kleuren gaat. Daarnaast is het glanzend papier van merk a echt niet hetzelfde als van merk b. Zeker als je met duurdere papiersoorten te maken krijgt dan zul je het verschil echt wel merken vergeleken met papier van het Kruidvat. Voor iedere papiersoort moet je echt een profiel aanmaken. Je komt er niet met eentje. En eigenlijk, als je echt Pietje Precies bent, het ene pak papier is niet het andere. Ook als is het hetzelfde type papier van dezelfde fabrikant. Maar net als met inkt; deze verschillen zijn vaak minimaal.


Cameraprofielen

Ook camera's kunnen qua kleur met elkaar verschillen. Om dat meteen met een voorbeeld aan te duiden;

Verschil in kleuren Canon en Nikon

Links een foto genomen met een Canon 5Ds en een 135mm F/2.0L USM-objectief en rechts een foto van dezelfde situatie gemaakt met een Nikon D810 en een 70-200 F/2.8GII ED VR-objectief. In beide gevallen was het licht gelijk en stond de witbalans op "auto". Uiteraard werd er in RAW gefotografeerd in de kleurruimte AdobeRGB. Gewoon zoveel mogelijk hetzelfde en het maximale uit beide camera´s proberen te halen. Je ziet op de kleurenkaart dat er al kleine verschillen zijn, de Canon is iets meer verzadigd qua kleur bijvoorbeeld. Let erop dat dit niet per sé aan de sensor van de camera hoeft te liggen maar ook de lenzen in het objectief kunnen een rol spelen. Deze kunnen soms namelijk ook een beetje voor een kleurzweem zorgen omdat ze niet helemaal 100% helder zijn.

Maar met deze kleurenkaart kan ik wel meer. Dit is een kaart van Colormunki en buiten de kaart zit er ook nog een stukje software aan vast. De software kent deze kleurenkaart en weet welke correcties in de gebieden gemaakt moeten worden. Op basis daarvan kan er profiel gemaakt worden wat je in de RAW-convertor in zou kunnen laden en dan heb je ook een natuurgetrouwe kleurweergave van de camera. Op die manier kun je meerdere camera's toch hetzelfde qua kleur laten doen. Tot op zeker hoogte natuurlijk want de eigenschappen van de camera tellen ook mee.
Maar als je met meerdere camera's van hetzelfde type zou werken dan zou je eventuele kleine verschillen (en die zijn er) al kunnen oplossen.





Visagie bij modelfotogrfie Terug naar boven Terug naar de tips Verschil tussen DPI en PPI


Fotojeroen per mail Fotojeroen op 500px Fotojeroen op Google+ Fotojeroen op Facebook Fotojeroen op 1x Fotojeroen op Youtube