Introfoto lichtvormer

Een introductie in lichtvormers


Je hebt het artikel over flitsers natuurlijk al lang geleden doorgelezen. En dan heb je ook in de gaten dat je er met een flitser in de studio alleen niet bent. Er moet ook iets voor. Dit noemen we een lichtvormer.


Dit kan een eenvoudige reflector zijn, maar ook een softbox of een paraplu. Er is keuze genoeg en iedere lichtvormer heeft zijn specifieke eigenschappen. In dit artikel ga ik in op de meest voorkomende en ik beschrijf hun eigenschappen en laat voorbeelden zien.

Download dit document in PDF

Inhoudsopgave

Reflector
Paraplu
Softbox
Beauty-Dish
Snoot
Kleppenset
Grid


Het licht wat van een flitser komt is iets waar we rechtstreeks eigenlijk niets mee kunnen. Als we alleen een flitser gebruiken, dan komt het licht overal vanaf de voorkant van de flitser. Niet alleen recht vooruit, maar ook links, rechts, onder en boven. En is het nu niet de kracht van een studioflitser dat je het licht daar laat komen waar we het zelf willen hebben?

Om dat voor elkaar te boksen maak je gebruik van een hulpstuk; de lichtvormer.
Daarmee kun je het licht niet alleen de juiste kant op sturen, maar ook een bepaalde vorm geven. Er zijn tal van soorten lichtvormers. Van varianten die heel gericht werken, tot op de vierkante centimeter soms. Maar ook varianten die het licht heel egaal verspreiden op een groter oppervlak. Ik bespreek hieronder de meest voorkomende en laat hun eigenschappen zien.

Om te beginnen zijn er twee dingen die je gewoon moet kennen. Het zijn hard licht en zacht licht. Deze twee verschillende soorten vallen onder de basiskennis en echt; die moet je gewoon kennen. Ik zal het je uitleggen.

Hard licht

Laat ik eens beginnen met hard licht. Je spreekt over hard licht als de grens van de schaduwpartijen van je onderwerp naar de lichte partijen zich strak aftekenen. Hard licht maakt kleine details vaak goed zichtbaar. Kleine bultjes of puistjes op een gezicht zullen door hard licht extra goed benadrukt worden omdat hier een kleine schaduw bij valt. Maar ook grotere oneffenheden, door de vorm van een lichaam kunnen hierdoor extra benadrukt worden.

voorbeeldfoto van hard licht

Hiernaast zie je bijvoorbeeld een foto met hard licht. Het licht kwam in dit geval uit een softbox. Deze stond wat verder weg en was ook niet te gek groot. Omdat alleen het licht uit die softbox werd gebruikt worden alle spieren en rondingen van het model extra benadrukt.

Kijk maar eens goed naar haar schouderbladen of het stukje ruggengraat in het midden van haar rug. Door de harde werking van schaduw en licht wordt dit allemaal extra benadrukt. We spreken dan over hard licht.

Hard licht gebruiken we voornamelijk om dingen extra te versterken. Door de harde schaduwranden die ontstaan kun je dingen nog meer op laten vallen. In de modelfotografie wordt het voor een portret van een dame niet zo snel gebruikt. Het harde licht maakt je namelijk ook iets ouder (omdat oneffenheden in de huid worden versterkt) en dat is voor dames meestal niet zo fraai. Maar bij mannen kan het weer wel mooi zijn.

Foto's met hard licht zijn vaak contrastrijk. Wanneer je dit in je achterhoofd hebt zitten, dan kun je, als je je onderwerp hebt bepaald, bekijken of je juist hard of zacht licht erbij wilt hebben. Of de gulden middenweg natuurlijk.


Zacht licht

Bij de tegenhanger, zacht licht, gebeurd natuurlijk het omgekeerde. Waar eerst alle oneffenheden sterk benadrukt werden door het harde licht, wordt dat bij zacht licht eigenlijk opgelost door alles in te vullen. Bij zacht licht wil je eigenlijk overal licht. En liefst ook van alle kanten. je wil dat de scheidingen van belichte delen naar schaduwpartijen zo zacht mogelijk verloopt.

voorbeeldfoto van zacht licht

Om dat met een voorbeeld aan te geven de foto hier rechts.
Het hoofdlicht kwam van een grote softbox aan de linkerkant, iets hoger dan het model (de ogen verklappen dat)
Hierdoor wordt het licht al helemaal om het model heen gekruld. Kleine oneffenheden die door de visagie net niet verhuld konden worden, werden daardoor toch nog iets zachter. Ook Photoshop hielp een beetje, maar wanneer je bijvoorbeeld naar de neus kijkt, dan zie je dat er geen schaduw naast is. Ook al stond de lamp schuin voor het model. De schaduwkant (voor de kijkers rechts) werd ingevuld met een groot reflectiescherm. Het licht van de softbox kwam daar tegenaan en werd daardoor teruggekaatst naar het gezicht. Nog meer licht erop en nog zachter dus.

Zacht licht is uitermate geschikt voor dames. Het licht kan er aan alle kanten op schijnen en daardoor worden de kleinste oneffenheden verborgen onder het licht. Vooral bij beauty-portretten wordt vaak zacht licht toegepast.

En dat is het verschil tussen hard en zacht licht. In beide gevallen een softbox gebruikt, maar het verschil is toch goed te zien. Nu je het veschil weet kunnen we verder gaan met de kern van het artikel. Regelmatig zal het begrip hard of zacht licht terugkomen.


De reflector

De meest voorkomende en makkelijkste lichtvormer is de reflector.
Het is eigenlijk niet meer dan een kelk die je licht enigszins recht vooruit stuurt. Maar dan zijn er nog tal van verschillende hoor. Er zijn er bij die de bundel flitslicht behoorlijk klein richten, maar ook die het licht behoorlijk egaal houden.

voorbeeld van een studiofoto een reflector

Hierboven zie je links een reflector op een flitser. Je ziet dat het eigenlijk gewoon een soort kelk is. Het flitslicht valt nog steeds rechtstreeks op je onderwerp, maar het wordt wel gebundelder als wanneer je niets zou gebruiken.

De binnenkant is meestal afgewerkt met een soort van ruw, maar reflecterend, aluminium-achtig metaal. Hierdoor wordt het licht mooi gereflecteerd door de zijkanten van de reflector. En in combinatie met het flitslicht wat rechtstreeks naar het onderwerp gaat, wordt hierdoor vrij hard licht gevormd.

Ernaast ook een kleine foto van een stilleventje. Gewoon even snel opgezet om de verschillen iedere keer te kunnen laten zien.

De reflector zorgt voor op zich een vrij weids lichtveld. De gehele tafel is verlicht. Het groene doek links is vrij egaal en het licht reikt ook nog tot de rode doek rechts. Het licht is vrij hard, de schaduw die door de voorwerpen ontstaat loopt vrij strak. Ook in de oogkassen van de schedel (wees gerust, het is geen echte) is de schaduw vrij strak.

Wil dat zeggen dat je met een reflector dan alleen maar hard licht kunt maken? Nee, dat is niet helemaal waar. Maar dan moet je eerst eens zien hoe een reflector het licht projecteert op een plat vlak. Want met een reflector heb je niet overal even egaal licht. En dat kun je soms gebruiken.

voorbeeld van een studiofoto een reflector

Je ziet hiernaast hoe een reflector een lichtcirkel op een plat vlak projecteert. In het midden zie je dat het vrij fel verlicht is. Wanneer je onderwerp hier in zou staan, dan zou het in hard licht staan. Maar plaats je je onderwerp meer in de rand van de lichtcirkel, dan zal het licht een stuk zachter zijn. Het licht wordt namelijk zwakker naarmate de cirkel groter wordt.

Richt je de reflector dus langs je onderwerp heen, dan werk je meer met de buitenranden van de lichtcirkel en maak je zachter licht. Wel gaat er een hele hoop licht langs je onderwerp waardoor je op zich wel wat vermogen nodig hebt als je nog wat hoger in de diafragmawaardes wilt blijven.


De paraplu

Een reflector is niet al te duur en het licht behoorlijk gericht. Maar er is ook een tegenhanger. Niet te duur en difuus. De paraplu biedt dat en dat kan soms ook handig zijn.
Om zacht licht te krijgen zou je een paraplu kunnen gebruiken. Het licht wordt in de paraplu geblazen en gaat van daar uit echt alle kanten op.

Net als de naam al doet vermoeden ziet een paraplu er op een flitser hetzelfde uit als de paraplu die je in de regen gebruikt. Echter zit hier geen leuk motiefje op. De paraplu hiernaast is egaal grijs. Niet zomaar grijs, het is een soort reflecterende coating. Het flitslicht wordt de binnenkant van de paraplu in geflitst en het zal door de kromme vorm van de paraplu teruggekaatst worden. We spreken in dat geval over een terugschiet-paraplu.

voorbeeld van een studiofoto een paraplu

Je ziet dat het licht totaal anders is als bij de voorbeeldfoto met de reflector. Het is ook wel logisch. Het oppervlak van de paraplu is vele malen groter dan dat van de reflector. En een grotere lichtbron betekent, bij dezelfde afstand, al automatisch dat het licht veel zachter is. De schaduwranden van de onderwerpen en bijvoorbeeld in de oogkassen van de schedel steken al veel minder hard af.

voorbeeld van doorschietparaplu

Een andere variant van een paraplu is degene die je hiernaast ziet; een doorschietparaplu. Deze paraplu laat het licht door het licht. De flitser verlicht wederom de binnenkant, maar omdat de paraplu van een semi-transparant witte laag is voorzien, gaat het licht erdoorheen. Het verschil is dat het licht veel weidser verspreid raakt. Je kunt er nog egaler mee uitlichten. Nadeel is dat het licht ook meteen overal komt en dat je halve studio er door wordt verlicht.

Paraplus zijn er in allerlei soorten afmetingen. Van kleintjes van een halve meter tot aan meters groot. De kleintjes zijn nog betaalbaar, de echt grote worden behoorlijk duur. Maar beide hebben het voordeel dat ze heel snel in te klappen zijn en ook heel makkelijk te transporteren.


De softbox

De meest gebruikte lichtvormer om zacht licht te maken is een softbox. Ze zijn er in allerlei vormen en maten. Van vrij klein in het vierkant, tot achthoekig en levensgroot, van smal en rechthoekig tot groot genoeg om een complete auto te omhullen.
Voor ieder doel eigenlijk wel een softbox.

De naam verraad eigenlijk al wat voor soort licht je er makkelijk mee kunt maken; soft. Oftewel zacht licht. Dit zachte licht heeft een softbox te danken aan zijn relatief grote oppervlakte. Relatief omdat de lichtbron kleiner wordt naarmate hij verder weg staat.

Denk maar eens aan de zon. Het is de grootste lichtbron die we hebben (nou ja, er zijn sterren die nog groter zijn)
Maar de zon staat zo ver weg, dat het erg hard licht geeft.

En zo werkt het ook met een softbox. Wanneer je deze ver weg zet, dan zal hij niet zo optimaal zacht licht kunnen geven als wanneer je hem dichtbij plaatst. Voor erg zacht licht gebruik je de softbox dus dichtbij je onderwerp. En het liefst gebruik je ook een softbox die een oppervlakte heeft die verschillende malen groter is dan je onderwerp. Op die manier kan het licht om je onderwerp heen krullen.

voorbeeld van een studiofoto een softbox

De foto hierboven is gemaakt met de softbox iets schuin van voren. In vergelijking met de paraplu is het licht niet veel zachter. De afstand van softbox tot stilleven was ongeveer gelijk aan die van de paraplu en ook is de softbox ongeveer even groot als de paraplu.

Wel zie je iets in de reflectie van het glas; een vierkante vorm. En dat is natuurlijk ook wel logisch. De paraplu is rond van vorm en de softbox vierkant. Zeker bij spiegelende objecten, zoals glas, is het een kwestie van smaak wat je mooier vind. Een acht-hoekige softbox (een octabox) geeft al meer een wat rondere reflectie.

Een goede softbox is niet goedkoop. En als je een grote softbox wilt, dan kan het helemaal in de papieren lopen. Duurder dan de flitser en misschien zelfs wel duurder dan je camera. Bedenk daarom van tevoren goed welk formaat voor jou geschikt is. Het is zonde om te bezuinigen en een softbox te kopen die eigenlijk te klein is. Dan heb je er niet zoveel profijt van.

De Beauty-Dish

De beauty-dish valt een beetje tussen de softbox en de reflector in. Tehnisch gezien is het een reflector. Het is een grote metalen kelk. Maar wel een heel stuk minder diep dan de gemiddelde reflector. En ook een behoorlijk stuk groter.

Het grote oppervlak helpt ons weer om zacht licht te maken, maar het wordt vrij hard gereflecteerd. Het geeft daardoor iets minder zacht licht dan wat er uit een softbox komt. Maar het maakt het ook weer niet dusdanig hard dat een mooie dame niet mooi zacht uitgelicht kan worden.

De beauty-dish wordt vaak gebruikt bij, drie maal raden, beauty foto's. Foto's waarbij de schoonheid van het onderwerp centraal staat. Een klassieke opstelling daarin is de beauty-dish via een statief met een lange arm erop boven en voor het model te hangen. Op deze manier wordt er zowel links als rechts evenveel licht op het model geworpen.

voorbeeld van een studiofoto een beauty dish

In dit geval zie je ook weer vrij zachter schaduwpartijen. Maar qua vermogen is er minder nodig dan bij een softbox. En het geeft een ronde reflectie in het glas. Wel zie je in die reflectie nog het binnenwerk van de beautydish. Maar wanneer je over de voorkant nog een speciaal doek zou spannen, dan is dit ook weg.

Een snoot

voorbeeld van een studiofoto een snoot

Waar je soms het licht helemaal om het model wil krullen, wil je het soms ook weer heel erg richten. En dan echt heel precies richten. Een snoot is dan een ideaal middel.

Het is een soort reflector, maar dan om het licht juist meer te bundelen. Door de vorm wordt het licht uit een klein tunneltje gestuurd. En het blijft vrij rechtuit gaan. Hierdoor krijg je een vrij geconcentreerde lichtbundel en kun je makkelijk ergens op een klein puntje extra licht brengen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het haar van het model.

In de fashion-fotografie is de snoot een populaire lichtvormer om een zogenoemd haarlichtje te maken. De flitser komt dan achter het model te staan en met een snoot wordt er op de achterkant van het model gericht. Het licht geeft dan een krans op de achterkant van het hoofd van het model. De contouren worden dan wat lichter en daardoor extra benadrukt. Met andere flitsers wordt dan weer de voorkant van het model ingevuld.

In de voorbeeldfoto is de schedel belicht met een snoot voorzien van een grid. Dit geeft zo'n geconcentreerde lichtbundel dat het licht al niet meer op het glas of het doek komt. Dit is dan ook praktisch niet te zien. Hooguit wat kleine highlights qua reflecties.
Ook zie je, omdat je een hele kleine lichtbron maakt, dat de schaduwaftekeningen echt hard zijn.

In de reclamewereld bij productfotografie wordt een snoot veel gebruikt. Je kunt er namelijk extra licht op bijvoorbeeld het logo van een product leggen waardoor het nog net wat meer de aandacht trekt.

De kleppenset

voorbeeld van een studiofoto een kleppenset

Met een kleppenset heb je nog net iets meer controle als het gaat over waar wel en waar geen licht moet komen. Een kleppenset kan uit twee of vier deurtjes worden geleverd. Je schuift ze in de regel op een reflector.

Zoals je in de foto ziet zijn het eigenlijk een stel deurtjes die je kunt verstellen waardoor je licht links, rechts, boven of onder juist een beetje kan afschermen of juist kan laten schijnen. Het geeft je meer controle om het licht te sturen. Makkelijk als je bijvoorbeeld een achtergrond niet wilt verlichten en je onderwerp juist wel. Je zet dan gewoon het klepje wat naar de achtergrond wijst wat verder dicht.

In de foto werd de kleppenset vrij dicht gezet en op de schedel gericht. Hierdoor krijg je op zich nog wel vrij hard licht. Maar omdat het licht door een klein kiertje, in totaal een centimeter, kwam, krijg je maar een kleine reflectie in het glas. Nadat het licht door die kier van een centimeter kwam raakte het weer verspreid. Het is niet dat het vrij recht blijft gaan zoals bij een grid.
Eventueel zou er in de reflector achter de kleppenset nog wel een grid geplaatst kunnen worden.

Grids

Een grid is een toevoeging op een lichtvormer. Grids zijn er in vele soorten en maten en eigenlijk altijd maar geschikt voor een enkele lichtvormer. Voor een reflector met een diameter van 21 centimeter kun je alleen volstaan met een grid die daarin past, voor een reflector van 18 centimeter is weer een andere grid nodig.

Een grid bundelt, door de honingraatstructuur, het licht nog compacter dan dat het uit de lichtbron komt. Een diepere grid zorgt voor een nog nauwkeurigere bundeling.

voorbeeld van een studiofoto een grid

Hierboven een foto van een losse grid en aan de rechterkant een voorbeeldfoto belicht met een reflector met grid erin. Het is dezelfde reflector als op de eerste voorbeeldfoto, dus je kunt het versschil goed zien qua bundeling van het licht.

Vergeleken met de foto zonder grid is het licht dus geconcetreerder. Je ziet dat vooral terug in de omgeving. Er valt bijvoorbeeld links minder licht op het groene doek op de tafel.
Hieronder nog even de verschillen van het licht wat een flitser nu met en zonder grid uitstraalt:

voorbeeld van twee studiofoto's met en zonder een grid

Links een foto van een flits op de achtergrond zonder grid, rechts met een grid. Je ziet hoe weinig lichtafval er met een grid nog maar is. Net als een snoot kun je met een grid nog meer het licht sturen naar de plek waar we het willen hebben.

Grids komen in verschillende maten. Niet alleen de diameter is van belang (te groot of te klein past natuurlijk niet goed) maar ook de honingraatstructuur kan verschillen van grof tot fijn. Hoe fijner de honingraadstructuur, des te geconcentreerder zal je licht zijn.

Ook komen grids voor allerlei verschillende soorten lichtvormers. Je ziet ze in dit artikel voor reflectoren en ook voor de snoot, maar ook voor softboxen en beauty-dishes kun je grids kopen.

D'r zijn nog veel meer lichtvormers hoor, maar dit zijn wel een beetje de meest gebruikte bij het fotograferen met een flitser. Het laat je een beetje te zien wat er te koop is. En een klein beetje wat je er mee kunt. Maar vergeet niet dat het fotograferen met een flitser, net als fotograferen in het algemeen, toch wel een beetje een leercurve is en dat het een weg met vallen en opstaan is.
Je kunt vandaag de grootste softbox kopen in de winkel, maar als je hem niet goed gebruikt, dan krijg je nog niet het resultaat wat je misschien voor ogen hebt.





Over studioflitsers   Terug naar boven   Terug naar de tips   Lichtopstellingen in de studio


Fotojeroen per mail Fotojeroen op 500px Fotojeroen op Google+ Fotojeroen op Facebook Fotojeroen op 1x Fotojeroen op Youtube