Introfoto reportageflitsers

Flitsen met een reportageflitser


De meeste camera's hebben een kleine flitser ingebouwd. Deze is vaak niet al te krachtig en heeft eigenlijk twee standen; ingeklapt en uitgeklapt. Niet zo heel flexibel dus. Een reportageflitser op je camera maakt het allemaal wat anders.


Met een goede reportageflitser en de kundigheid om er mee om te gaan gaat er opeens een wereld open. In dit artikel uitleg over verschillende soorten flitsers en ook hoe er mee om te gaan.

Download dit document in PDF

Inhoudsopgave

Saaie theorie
Synchronisatie
Richtgetal
Mogelijkheden van flitsers
Flitsers op een rijtje
De praktijk
Van de camera
Accessoires


Veel mensen vinden fotograferen met een flits maar niets. Vaak vinden ze het lelijk. Punt is dat als je het goed doet het schitterende foto's op kan leveren. Het is vaak onkunde die het maakt dat mensen het niets vinden. Maar als je goed kunt flitsen dan valt het niet op dat er een flits gebruikt is of je foto's krijgen een hele andere dimensie.

Laat ik even wat van je tijd opslokken om je te vertellen wat er allemaal mogelijk is met flitsers op de camera. Het verhaal kan naderhand nog veel verder gaan. De reportageflitser zou ook nog van de camera weggenomen kunnen worden. Daar gaat het echter niet over. Werken met een reportageflitser is niet al te ingewikkeld maar is best uitgebreid. Niet alles tegelijk dus.


Eerst wat saaie theorie


Ik kom er helaas niet onderuit. Om de mogelijkheden van een reportageflitser optimaal te kunnen benutten moet er toch eerst even wat theorie doorheen. Ik zal proberen het luchtig te houden zodat het makkelijk te behappen is.

Je camera is een complex stukje technologie inmiddels. Vroeger drukte je op een knopje en ging er een sluitergordijn voor je film open en dicht. Autofocus bestond nog niet. Automatisch berekende diafragma's of sluitertijden waren er niet en gevoeligheid (iso) zat nog in het filmpje en was ook niet instelbaar. Tegenwoordig is dat wel anders.

Als jij de ontspanknop van je camera een beetje indrukt gaat er een heel proces van start. De autofocus zal aan de slag gaan en ook de lichtmeting wordt gestart. Als je dan verder drukt dan klapt de spiegel omhoog en gaat het sluitergordijn open. Vervolgens zal de sensor worden belicht en maak je een foto.

Als je gaat flitsen dan gebeurd er nog meer.
De camera is namelijk in staat om de flitser een bepaalde kracht mee te geven. Je wilt niet dat er altijd op volle kracht geflitst wordt. De camera en de flitser zijn in staat om met elkaar te communiceren. Als de camera bij het meten van het licht merkt dat er maar zachtjes hoeft te worden geflitst, dan zal hij dat ook naar de flitser vertellen. Dit gebeurd door een paar flitsen te geven voordat de daadwerkelijke foto gemaakt wordt.

Als je kijkt naar het filmpje hiernaast. Het is een high-speed-filmopname van een ingebouwde pop-up-flitser op een Canon 7D. het filmpje begint bij het moment dat de ontspanknop helemaal ingedrukt wordt. Er zit geen objectief op de camera zodat je ook kunt zien wat er in de camera gebeurd.

Voordat de spiegel opklapt zie je al een aantal flitsen. Dit zijn zogenoemde voorflitsen. Deze flitsen zijn er niet voor niets. Er zit een sensor in je camera die het licht meet. Wanneer de camera gaat flitsen zal hij snel een paar voorflitsen geven zodat de lichtsensor dat alvast kan meten. Op die manier wordt door de camera de juiste flitskracht berekend die nodig is bij het maken van de foto. Je ziet dat er best veel gebeurd in een korte tijd. De tijd die eronder staat zijn duizendste van een seconde, de camera had een sluitertijd van 1/100 seconde.


De flitser maakt dus gebruik van dezelfde meting die de camera doet voor het berekenen van de sluitertijd of het diafragma. Normaal gesproken heb je er natuurlijk een objectief op zitten. De camera zal ook doorkrijgen wat voor objectief dat is. Het brandpunt (aantal millimeters wat je zoomt) is belangrijke informatie bijvoorbeeld. Allemaal factoren die belangrijk zijn voor het aansturen van de flitser.

Het meten van het licht door het objectief heet, in een Engelse term, TTL. En dat staat weer voor Through The Lens. Een meting door de lens (waar we in goed Nederland dus het woord objectief voor gebruiken)
Deze TTL-meting wordt dus ook gebruikt door de flitser. Dan zet de fabrikant er vaak nog een mooi lettertje bij. Bij Canon is dat E-TTL, later werd dat doorontwikkeld tot E-TTL II. Bij Nikon heet het dan weer D-TTL of I-TTL. Maar het komt in alle gevallen op hetzelfde neer; de camera meet het licht door de lens en de camera communiceert daarover met de flitser om de juiste kracht te gebruiken.

Als ik alle stapjes die de camera doet nog even opsom, misschien dat je het dan snapt.

- De ontspanknop van de camera wordt half ingedrukt en de lichtmeting en autofocus zullen beginnen.
- Je drukt de ontspanknop verder in.
- Er word een voorflits (of een serie) gegeven en een lichtmeting gedaan om te kijken wat dat voor resultaten oplevert.
- De camera slaat aan het rekenen om de juiste kracht te berekenen voor de flitser bij de foto.
- De spiegel van de camera gaat omhoog en vervolgens zal het sluitergordijn opengaan.
- De camera zal de flitser af laten gaan.
- Het sluitergordijn gaat weer dicht en de spiegel weer omlaag.
- Je kunt achterop de camera naar je foto kijken.

Het voordeel van deze manier van werken door de camera en vooral door die communicatie van camera en flitser is dat het voor jou makkelijker zal zijn. Flitser erop en aanzetten en fotograferen maar. Het zou bijna niet meer mis kunnen gaan.


Synchronisatie


Zoals je in het filmpje hebt kunnen zien gaat het sluitergordijn maar heel even open. In die tijd moet de flits ook afgaan. De meeste camera's zijn zo gebouwd dat ze twee sluitergordijnen hebben. Eentje gaat eerst helemaal open en een tweede zal aan het einde van de sluitertijd weer dichtgaan. Maar soms is de sluitertijd zo snel dat het tweede gordijn al dicht gaat terwijl het eerste nog niet volledig bewogen heeft. In de regel zal dit zijn bij een sluitertijd van 1/250. Die tijd wordt de maximale synchronisatietijd genoemd. Afhankelijk van je cameramodel kan die tijd ook iets sneller of langzamer zijn. Kijk daarvoor in je boekje.

Tot een sluitertijd van 1/250 kan de camera de flitser nog wel goed aansturen. Als het sneller moet dan 1/250 dan komen er problemen. Dan kan de flitser niet meer de hele foto belichten. De tweede sluiter zal voor problemen gaan zorgen. Ik verduidelijk het even met twee voorbeeldfoto's.

Twee foto's met verschillende synchronisatietijden en een flits

Op de linkerfoto is er niets aan de hand. Op de rechter wel. Daar zie je een zwarte schaduw over de foto lopen. Dit is een stuk van de foto waar geen door de flits belicht onderwerp werd gefotografeerd. De flitser ging af toen het twee sluitergordijn alweer dicht ging.

Zou je dan nooit een snellere sluitertijd kunnen gebruiken dan 1/250 (de synchronisatietijd van je camera)?
Jawel hoor. de camerafabrikanten waren slim genoeg om daar iets op te verzinnen. Ze laten de flitser tijdens het maken van de foto pulseren. Heel snel gecontroleerd achter elkaar flitsen. Het lijkt bijna wel of de flitser continu oplicht. Hier merk je zelf weinig van omdat de sluitertijd zo kort is.

Als je in een schema een vergelijk maakt tussen een foto langer dan de synchronisatietijd en eentje die sneller is snap je het misschien wat beter.

schema met verschillende synchronisatietijden

Je ziet goed de verschillen van wat er gebeurd bij een foto met een langzame of snelle sluitertijd.
De camerafabrikanten hebben ook weer allerlei mooie termen bedacht voor deze techniek. Houd het gewoon op high-speed. Het komt er op neer dat de flitser meerdere keren zal flitsen omdat het sluitergordijn in een spleet over de sensor zal gaan.

Het proces is echter niet zaligmakend. Je gaat behoorlijk wat kracht verliezen. Als een flitser in een keer al zijn kracht kwijt kan voor een foto kan dat behoorlijk wat licht zijn. Als een flitser pulserend moet gaan werken dan moet die kracht verdeeld worden. Als er bijvoorbeeld 5 pulsen nodig zijn dan houd je ook nog maar 20% van je maximale flitskracht voor die foto over. Het licht moet immers in 5 keer gebracht worden.


Het richtgetal


Een flitser heeft een bepaald vermogen. Het is natuurlijk niet eindeloos. Dit vermogen wordt door de fabrikanten aangeduid als richtgetal. Op zich een belangrijk getal want dat maakt het mogelijk om flitsers makkelijk met elkaar te vergelijken als het om vermogen gaat.

Daarom zetten de meeste fabrikanten hun richtgetal ook in de modelnaam van de flitser. Als ik bijvoorbeeld twee Canon-flitsers met elkaar vergelijk. De Speedlite 43 EX II heeft een richtgetal van 43 meter en een Speedlite 600 EX II heeft een richtgetal van 60 meter.

Waar komen die meters vandaan?
De definitie is als volgt; De maximale afstand van je onderwerp is gelijk aan het richtgetal gedeeld door het gebruikte diafragma. Meestal wordt het in meters uitgedrukt, soms ook nog in feet (voeten) en het gebruikte iso is meestal 100. Met iedere stop dat het iso toeneemt neemt het richtgetal met een factor 1.4 toe (de wortel van 2 om precies te zijn)

Maar het is een beetje fopperij. Er is namelijk nog iets van toepassing; de vorm van de reflector in de flitser.
Veel moderne flitsers kunnen die reflector intern verplaatsen. Dit is de zoomfunctie van de flitskop. Het licht wordt geconcentreerder en zal dus ook verder komen. Met als gevolg dat het richtgetal aanzienlijk toe kan nemen.

Het maakt het allemaal wat lastig om het onderling te vergelijken. Zo heeft een Canon Speedlite 90 EX een richtgetal van 9 meter op 24mm. De flitser is namelijk niet in staat om in te zoomen met de flitskop. Maar een Speedlite 600 EX II kan dat wel. En Canon geeft daar een richtgetal van 60 meter op, bij de maximale zoomstand van 200mm. Lastig te vergelijken dus.
Laat staan dat je merken onderling wil gaan vergelijken. Dat is eigenlijk niet te doen.

Het richtgetal is een mooi marketingtrucje wat een verkoper kan gebruiken. Dat dan weer wel. Verders heb je er weinig aan. Als een verkoper zegt dat een flitser wel 60 meter ver komt, dan is dat ook wel zo hoor. Hij staat niet te liegen. Hij vergeet er wel bij te vertellen dat dat gemeten is met diafragma f/1.0. Want ga je je diafragma knijpen, dan daalt het drastisch. Als je de formule erbij neemt en bijvoorbeeld op diafragma f/8.0 een foto wil maken, dan kom je uit op een bruikbare afstand van 7.5 meter. En dat zal in de praktijk eerder aan de hand zijn. En als het buiten is dan wordt het ook nog wat lastiger omdat er ook veel licht verloren gaat.

Houd gewoon in je achterhoofd dat een hoger richtgetal een krachtigere reportageflitser is. En de krachtigere flitsers zijn helaas ook de dure jongens.


De mogelijkheden op een flitser


De ene flitser is de andere niet. De goedkopere reportageflitsers missen vaak functies die wel op de dure zitten. En degene die er qua prijs tussenin zitten? Juist, qua functies ook. Toch loop ik hieronder even de functies door

Foto van een draaibare kop

Draaibare kop


Een belangrijk ding van reportageflitsers; met een draaibare kop ben je niet beperkt tot alleen rechtuit fotograferen. Waar een interne flitser van een camera altijd rechtuit gaat heeft een reportageflitser vaak de mogelijkheid om de flitsbuis totaal de andere kant op te richten. Dit heeft zeker zijn voordelen. Later zal duidelijk zijn waarom.


Foto van een PC-sync aansluiting op een flitser

Extra aansluiting


Soms beschikt een flitser over een extra aansluiting. Dit is een pc-sync aansluiting. Hierop kun je bijvoorbeeld een ontvanger aansluiten zodat je de flitser ook ver weg van de camera af kan laten gaan. Niet alle flitsers hebben dit.


Foto van een bouncecard op een flitser

Bounce card


Een flitser kan uitgerust zijn met een zogenoemde Bounce-card. Dit is een klein stukje plastig wat uitgeschoven kan worden. Daardoor krijg je iets meer reflectie naar voren als de flitser omhoog staat gericht. Maar ook als je de flitskop schuin naar voren richt kun je het oppervlak vergroten.


Foto van een voorzetlens voor een flitser

Een voorzetlens


Een flitskop heeft vaak wel een zoomfunctie ingebouwd maar voor het echte groothoek kan hij niet ver genoeg uitzoomen. Er zijn flitsers die daar een extra klepje voor hebben. Dit verspreid het licht dan nog verder waardoor je een geflitste foto met groothoek egaler kan belichten.


Foto van een flitsvoet onder een flitser

Een flitsvoet


Nee, het ding is er niet alleen voor de sier. Met een flitsvoet kun je je flitser niet alleen mooi op tafel zetten maar eventueel ook makkelijk op een statief schroeven. Handig als je de flitser af wil laten gaan op een afstandje van de camera.


Foto van een infrarood-ontvanger op een flitser

Een ontvanger


Er zijn flitsers met de mogelijkheid om draadloos met andere flitsers of een camera te communiceren. Als het met infrarood gaat hebben ze vaak een extra sensor aan de voorkant zitten.
Als de communicatie met radio is maakt dat niet uit.


Ik ga in het stukje over de praktijk verder in op deze dingen. Wat je er mee kunt wordt daar duidelijk.


De flitsers van verschillende merken netjes op een rij


Als ik van de merken Canon, Nikon en Sony even de flitsers op een rij zet. Niet alles staat in het rijtje hoor. Daarvoor moet je maar op de website van de fabrikanten kijken.

Canon flitsers Speedlite 90 EX Speedlite 270 EX II Speedlite 320 EX Speedlite 430 EX III-RT Speedlite 600 EX II

Richtgetal
In meters, op iso 100

9m op 24mm

27m op 50mm

32m op 50mm

43m op 105mm

60m op 200mm

Draaibare kop

Nee

Alleen omhoog

Volledig

Volledig

Volledig

PC-synch

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Bouncecard

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Draadloos flitsen

Nee

Alleen ontvangen, infrarood

Alleen ontvangen, infrarood

Volledig, Infrarood en radio

Volledig, Infrarood
600 EX-RT ook met radio

Zoom
()Met voorzetlens

Nee

28 en 50mm

24 en 50mm

(14), 24 tot 105mm

(14), 20-200mm

Handmatig
In te stellen

Tot 1/64

Tot 1/64

Tot 1/64

Tot 1/128

Tot 1/128



Nikon flitsers Speedlight SB-300 Speedlight SB-500 Speedlight SB-700 Speedlight SB-900 Speedlight SB-910 Speedlight SB-5000

Richtgetal
In meters, op iso 100

18m op 24mm

24m op 50mm

28m op 35mm

34m op 35mm

34m op 35mm

34,5m op 35mm

Draaibare kop

Alleen omhoog

Volledig

Volledig

Volledig

Volledig

Volledig

PC-synch

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Bouncecard

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Draadloos flitsen

Nee

Nee

Ja, infrarood

Ja, infrarood

Ja, infrarood

Ja, infrarood en radio

Zoom
()Met voorzetlens

Nee

Nee

24 tot 105mm

(14), 17-200mm

(14), 17-200mm

(14), 24-200mm

Handmatig
In te stellen

Nee

Nee

Tot 1/128

Tot 1/128

Tot 1/128

Tot 1/256



Sony flitsers HVL-F20M HVL-F32M HVL-F43M HVL-F45M HVL-F60RM

Richtgetal
In meters, op iso 100

20m op 50mm

32m op 105mm

43m op 105mm

45m op 105mm

60m op 105mm

Draaibare kop

Alleen omhoog

Alleen omhoog

Volledig

Volledig

Volledig

PC-synch

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Bouncecard

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Draadloos flitsen

ja, alleen zenden

Ja, infrarood

Ja, infrarood en radio

Ja, infrarood en radio

Ja, infrarood en radio

Zoom
()Met voorzetlens

27 en 50mm

(15), 24 en 105mm

(15), 24 en 105mm

(15), 24 tot 105mm

(15), 24 tot 105mm

Handmatig
In te stellen

Nee

Tot 1/128

Tot 1/128

Tot 1/128

Tot 1/256


De praktijk


Goed, genoeg theorie verteld. Tijd voor wat praktijkvoorbeelden. Want een draaibare kop klinkt handig maar wat kun je er dan daadwerkelijk mee. Uiteindelijk wil je foto's maken met een flits die er niet zo flatteus uitzien en daar ga ik het nu dus ook over hebben.

Laat ik gewoon eens beginnen met een voorbeeld:

Twee voorbeeldfoto's, direct en indirect geflitst

Welke is mooier, de linker of de rechter?
Het is natuurlijk een kwestie van smaak maar mijn voorkeur gaat uit naar de rechter. In het geval van de linker flitste ik rechtstreeks naar het flesje toe. Omdat ik mijn camera gedraaid had zat de flitser aan de linkerkant en daarom loopt de schaduw naar rechtsachter weg.
In het geval van de rechterfoto had ik de flitskop van de flitser omhoog gericht. Het flitslicht kwam daardoor eerst tegen het plafond en via de weerkaatsing op het flesje. Het geeft een foto met veel minder schaduw en daardoor oogt hij ook natuurlijker.

Dit reflecteren via een oppervlak, in mijn geval het plafond, heet bouncen. Onthoud die term, die kom je nog vaker tegen.
Licht wat namelijk rechtstreeks van de flitser naar je onderwerp of model gaat geeft gewoon een harde schaduw erachter. Dat is ook wel logisch. Maar wanneer we dat licht nu niet rechtstreeks naar het onderwerp sturen krijg je dus totaal iets anders.

Het kunnen draaien van de flitskop zorgt ervoor dat je je flitslicht ergens heen kunt sturen waar de camera niet op wijst. En dit heeft zo zijn voordelen. We kunnen dan opeens namelijk zacht licht maken.

Wat is zacht licht? En is er dan ook hard licht? Jazeker.
Eerst maar eens hard licht. Hard licht is licht wat zorgt voor harde schaduwpartijen. Je ziet achter het flesje een sterke schaduw. Dit komt omdat ik het licht rechtstreeks vanuit een kleine lichtbron laat komen. Het oppervlakte van de reportageflitser is niet zo gek groot. En als het dan ook nog eens rechtstreeks fel op mijn onderwerp schijnt krijg je hard licht.

Wanneer je de lichtbron echter groter maakt, dan wordt het licht veel meer verspreid. Het krult als het ware om het onderwerp heen. In het geval van mijn voorbeeld stuurde ik het licht naar het plafond. Dat plafond werd eigenlijk de lichtbron. Omdat de studio ook nog eens een hoog plafond heeft (meer dan 6 meter) komt dat licht echt heel egaal terug. Het valt aan alle kanten over het flesje heen.

In het kort; hard licht maak je met een kleine lichtbron en zacht licht met een grote lichtbron.
hard licht kan ook zijn charmes hebben hoor. Ik laat het aan je eigen creativiteit over wanneer je hard of zacht licht kiest over.

Zacht licht maak je dus door op de een of andere manier je lichtbron te vergroten en het laten weerkaatsen van je flitslicht tegen een muur of plafond is daar een ideaal hulpmiddel voor. Wanneer je via een muur of plafond fotografeert en het licht niet rechtstreeks naar je onderwerp stuurt spreek je over indirect flitsen.

Daarom is het eigenlijk wel belangrijk dat je een reportageflitser hebt waarvan de kop kan draaien. En niet alleen naar boven. Want als je je camera zelf een kwartslag draait kun je de flitser ook naar het plafond richten als je deze verticaal kunt draaien. Zoals in het onderstaande voorbeeld:

Drie voorbeeldfoto's met de flitskop in verschillende standen.

In de eerste foto de flitskop recht naar voren gericht. In de andere twee naar boven om tegen het plafond te reflecteren. In de rechterfoto is de camera een kwartslag gedraaid en is de flitskop naar opzij gericht en daardoor nog steeds naar het plafond.

Nu is flitsen via het plafond of via een muur niet heilig hoor. Je gaat het licht dan via één kant naar je onderwerp sturen. Doe je dat via het plafond dan zal het licht allemaal van boven komen. Fotografeer je dan een persoon dan zal er onder de wenkbrauwen en de kin toch een schaduw ontstaan. Als je de flitskop niet recht omhoog laat flitsen maar een beetje naar je onderwerp toedraait wordt het al wat minder maar het gros van het licht komt nog van boven dan. Maar daar kan je bouncecard je weer bij helpen.

Met een bouncecard uitgeschoven kan ik namelijk niet alleen een hoop flitslicht naar het plafond sturen maar er gaat ook een beetje licht recht vooruit. Licht wat de ogen en onder de neus en kin terecht zal komen.

Als ik de drie voorbeelden eens op een rij zet.

Drie voorbeeldfoto's met de flitskop in verschillende standen en met een bouncecard.

Dit zijn drie foto's van Moniek, zij was zo bereidwillig om voor mij even te komen zitten. Dank daarvoor!
De eerste foto is met de flitser recht naar voren. Bij de tweede stond de fliter naar boven gericht en bij de derde had ik de bouncecard ook nog uitgeschoven. Je ziet het verschil.

Bij de eerste foto zie je bijvoorbeeld dat in haar hals nog vrij veel licht komt. Haar gezicht en hals zijn vrijwel even gelijk verlicht.
Bij de tweede foto zie je dat de hals al een stuk donkerder is. Dit komt omdat de flits naar boven gericht stond. Via het witte plafond kwam het licht over Moniek heen. Dat betekent dat van boven naar beneden het licht op een gegeven moment tegengehouden word en haar hals dus een stuk donkerder is.
Bij de derde foto stond de flitser nog steeds omhoog maar had ik de bouncecard ook uitgeschoven. Je hebt nog steeds hetzelfde licht als wanneer je de flitser naar boven richt. Maar door de bouncecard ga je ook meteen wat licht recht naar voren reflecteren. Het is maar een heel klein beetje hoor. Maar haar ogen zijn net iets lichter en ook in haar hals is net iets meer model te zien.


Van de camera


Ook even aandacht voor iets waar je makkelijk een heel boek over vol kunt schrijven; de reportage flitsers naast de camera bedienen.

Met de flitser op de camera zal het licht toch altijd vanuit dezelfde richting waar jij als fotograaf staat komen. Dit is op zich grappig maar niet altijd even fraai. Wanneer je ergens bent, een bruiloft bijvoorbeeld, dan kun je misschien niet anders dan vanaf de camera werken maar als je op een rustige zaterdagmiddag met een model op pad gaat heb je misschien wat meer tijd.

Met je flitser naast de camera, en dan soms ook ver naast krijg je weer hele andere foto's. Omdat je licht niet vanaf het camerastandpunt komt kun je veel creatiever zijn. Kijk maar eens naar de onderstaande foto's.

Twee voorbeeldfoto's met flitser op de camera en van de camera.

In de linkerfoto stond de flitser gewoon op de camera. Het is een foto die kan. Maar de rechterfoto is veel interessanter. Daar stond de flitser links van de camera op een los statief.

Om een flitser van de camera te halen zijn er een paar dingen nodig. Allereerst moet je de flitser ergens op kunnen zetten. Je kunt natuurlijk ook iemand extra meenemen om de flitser vast te houden. Maar als je hem op een statief kunt zetten werkt dat veel makkelijker. Je lichtbron staat dan gericht op waar jij hem wilt hebben en daar blijft hij dan ook gewoon staan.

Om een flitser op een statief te zetten gebruik je bijvoorbeeld dat flitsvoetje. Hier zit onderin een stukje schroefdraad wat op je statief past. Handig toch?

En daarnaast moet je de flitser ook tegelijk met de camera af laten gaan. Hier zijn drie oplossingen voor:

Met de interne flitser


De interne flitser kan tegenwoordig meer dan alleen een beetje licht afgeven. Al sinds enige jaren kan de flitser ook een signaal afgeven om flitsers verderop af te laten gaan. De camera zal gewoon een meting doen en bij het flitsen vooraf ook nog een stuurflits af laten gaan om een externe flitser af te laten gaan. Je camera en reportageflitser blijven met elkaar communiceren dus jet beschikt gewoon over TTL.
Je reportageflitser moet natuurlijk wel geschikt zijn om signalen te kunnen ontvangen.

Met een infrarood trigger


Dit werkt eigenlijk hetzelfde als met de interne flitser alleen maak je gebruik van een infrarood zender. Als je voor zenders van de camerafabrikant zelf kiest (Bij Nikon is dat de SU-800 en bij Canon de ST-E2) heb je vaak ook nog de mogelijkheid om je flitsers vanaf de camera in te stellen en ook heb je nog gewoon TTL-communicatie onderling.

Infrarood en de interne flitser hebben dezelfde grote nadelen; de afstand is enigszins beperkt en er moet een zichtbare lijn tussen camera en flitser zijn. Twee omstandigheden die in een studio-omgeving nog wel zullen werken maar zodra je naar buiten gaat wordt het anders. Daarvoor is er ook weer een oplossing.

Met een radiozender


Met radiosignalen is namelijk geen directe lijn meer nodig. Je kunt je flitser zelfs ergens instoppen om hem af te laten gaan. Je eigen creativiteit zal de beperkende factor worden.

Om een flitser via radiosignalen af te laten gaan moet je op de camera een zender hebben en bij de flitser natuurlijk een ontvanger. Op moment van schrijven zijn Canon en Sony de enige fabrikanten die dat vanuit de fabriek al kan ondersteunen. Met een Canon Speedlite 600 EX-RT II bijvoorbeeld en een Speedlite Transmitter ST-E3-RT kun je tot ongeveer 30 meter zo'n 15 flitsers tegelijk aansturen middels radiosignalen.

Er zijn natuurlijk ook wel goedkopere alternatieven. Allereerst moet je een scheiding maken tussen de systemen die wel TTL ondersteunen en de systemen die dat niet doen. Let daar goed op wanneer je een setje gaat kopen. Je hebt namelijk tal van setjes die je kunt kopen. Van redelijk betaalbaar tot behoorlijk prijzig. En het is toch zonde als je veel geld uitgeeft aan een zender en ontvanger en hij ondersteunt geen TTL terwijl je het juist voor je reportageflitsers hebt gekocht.

Zelf heb ik bijvoorbeeld een setje Pocketwizards. Het zijn al wat oudere triggers maar ze werken nog prima. Ze bieden geen TTL-ondersteuning. Ik heb ze als back-up voor mijn studioflitsers en ook om een camera op afstand te kunnen bedienen. Destijds was er nog niet zoveel keuze en vooral dat laatste was wel een zoektocht en de Pocketwizards waren eigenlijk het enige betrouwbare product wat ook een grote afstand kon overbruggen. Tegenwoordig lijkt het wel of er meer systemen zijn die TTL ondersteunen.

Voorbeeldfoto van een radio-ontvanger onder een flitser

In de voorbeeldfoto hiernaast zie je een ontvanger van het merk Pixel King (kosten ongeveer 180 euro voor zender en ontvanger) onder de flitser zitten. Op de camera zit een soortgelijk zelfde zender met nog wat instelmogelijkheden daarop. Deze zender en ontvanger geven gewoon TTL-informatie aan elkaar door.

Ik kan daardoor de flitser neerzetten waar het mij interessant lijkt en gewoon doorfotograferen. Als er iets veranderd qua belichting houden de camera en de flitser rekening met elkaar en zal de flitskracht aan worden gepast. Natuurlijk kan ik op de flitser nog accessoires plaatsen als bounce-kaarten of softboxen. Ik blijf gewoon met TTL werken dus de flitser zal de kracht zelf aanpassen als dat nodig is.

 



Accessoires


Wanneer je veel met een reportageflitser gaat werken kun je er eens over nadenken om je licht anders te vormen. Recht van voren of via het plafond of een muur maakt al een verschil maar dan nog kun je je flitser van tal van accessoires voorzien om een mooier licht te maken. Er zijn tal van accessoires te koop en ik loop er een paar met je door.

Omnibounce


Voorbeeldfoto van een flitskop met een omnibounce.

Je kunt bijvoorbeeld een omnibounce op de flitser plaatsen. Het voordeel hiervan is dat je ze gewoon kunt gebruiken terwijl de flitser op de camera blijft zitten. En het maakt je licht al aanzienlijk anders.

Hiernaast zie je er eentje los en daarachter eentje op de flitser. Dit is een wit plastic kapje wat je gewoon over de flitser schuift. Dit kapje zorgt er niet alleen voor dat je licht grotendeels nog recht vooruit gaat maar daarnaast ook nog gewoon in de rondte geslingerd wordt.

Het is één van de meest gebruikte accessoires voor de flitser. Je ziet hem te pas en te onpas. Waarom te onpas? Omdat er ook vaak een omnibounce gebruikt wordt terwijl het totaal geen zin heeft. En dat is best zonde. Ontleed de naam omnibounce eens. Omni betekent rondom, overal. Je licht wordt alle kanten uit gestraald. Bounce betekent afkaatsen. Er moet dus wel iets zijn om je licht tegenaan te kaatsen.

Vaak zie ik namelijk nog mensen buiten met een omnibounce op hun flitser rondlopen. Waar wil je dan tegenaan 'bouncen'? Het wolkendek zou ik theorie kunnen. Maar je flitslicht zal nog weinig kracht overhebben als het de wolken bereikt; lees gewoon 0. Daarnaast is het wolkendek aan de onderkant vaak ook nog behoorlijk grillig en denk ik niet dat er nog enig flitslicht terug op aarde zal komen. Behoorlijk onbruikbaar dus. Zonde om te flitsen eigenlijk. Je flitser zal namelijk door de lichtmeting iedere keer de flitser vol aansturen. Je bent dan best rap door je batterijen heen.

Een omnibounce is een mooi hulpmiddel voor binnen. Binnen heb je vaak een plafond om tegenaan te flitsen (wel een witte en niet gruwelijk hoog anders krijg je kleurzwemen of ben je je flitslicht ook weer kwijt door de afstanden. Twee voorbeeldfoto's met en zonder omnibounce.

Twee voorbeeldfoto's eentje met en eentje zonder omnibounce.

Bij de linkerfoto stond de flits rechtstreeks naar het model gericht. Op de rechterfoto stond de flitser enigszins schuin omhoog gericht en is de flitser ook voorzien van een omnibounce. Vanuit de omnibounce ging het flitslicht naar het plafond maar via de zijkanten van de omnibounce ook nog rechtstreeks naar mijn model. De spreding van het licht was daardoor veel egaler en is Moniek veel zachter uitgelicht.

Een omnibounce kost niet zo gek veel. Voor nog geen twee tientjes heb je er in de regel wel eentje. Soms zitten ze zelfs bijgeleverd.

Bouncecard


Als je flitser is voorzien van een ingebouwde bouncecard dan kan dat soms net wat meer geven. Maar soms is dat nog niet genoeg. Of je flitser heeft die kaart niet ingebouwd zitten. Dan is er nog de mogelijkheid om er extern eentje op te zetten. En die heb je in alle vormen en maten.
Hieronder een overzicht van verschillende, maar bij lange na niet alle, opties:

Vier voorbeeldfoto's van flitsaccessoires.

In alle gevallen zit er een stukje klittenband rondom je flitskop. In de linkerfoto zit er gewoon een soort van witte kaart tegenaan geplakt. Deze kaart is een stuk groter dan de uitschuifbare bounce-card. Hij reflecteert dus meer. De kaart is ook om te draaien en aan de andere kant is ie zwart. Zou ik hem omdraaien dan kan ik dus ook een stuk van de flitskop afschermen zodat het licht niet die kant uitgaat.
In de middelste twee foto's zie je er een soort kelk op zitten. In de linker van de twee zie je dat de kelk open is. Er gaat dus licht recht naar boven. Maar door de kelk gaat er ook licht naar voren. Dit geeft een grotere lichtbron dan bijvoorbeeld een omnibounce, en dus ook zachter licht. In de rechter van de middelste twee foto's zit er een kaart ingeplakt. Deze kaarten zijn in verschillende kleuren verkrijgbaar, bijvoorbeeld goudkleurig of gewoon wit, zodat ze ook nog andere eigenschappen hebben.
En in de rechterfoto zit er een klein stukje gekleurde folie op de flitskop geplakt waardoor ik het licht wat kan kleuren. Deze folie is in allerlei kleuren verkrijgbaar; vna kleuren die het licht corrigeren naar bijvoorbeeld een schemerlamp tot aan echt gekleurde folies voor effecten.

Nogmaals, er zijn nog vele andere soorten accessoires die je op je reportageflitser kunt zetten. Zelfs kleine softboxen. Maar vergeet niet dat het belangrijkste om met een reportageflitser om te gaan, kennis is. Je kunt de beste flitsers hebben met de mooiste accessoires, als je er niet mee om kunt gaan komt het niet goed. Daarnaast kun je met de juiste kennis juist al een heleboel met alleen een reportageflitser. Het is ook een kwestie van oefenen en experimenteren!





Alles over Nikon-objectieven   Terug naar boven   Terug naar de tips   Welk geheugen in je camera


Fotojeroen per mail Fotojeroen op 500px Fotojeroen op Google+ Fotojeroen op Facebook Fotojeroen op 1x Fotojeroen op Youtube