Introfoto filmen met je DSLR

Filmen met je DSLR


Canon introduceerde in 2007 de 40D. Dat was de eerste digitale spiegelreflex-camera (DSLR) met live-view. De spiegel klapte omhoog en het sluitergordijn ging open. Het licht viel continu op de sensor en achter op het schermpje kon je dan het beeld zien in plaats van door de zoeker. Het was natuurlijk wachten op de eerste spiegelreflex die dat beeld ook meteen op kon nemen en Nikon stak met de D90 in 2008 bij Canon de loef af door een camera op de markt te zetten die ook kon filmen.


Canon pakte later dat jaar de leiding weer en introduceerde met de 5D mk II een camera waarmee een nieuw niveau werd neergezet.
Inmiddels is het volgens mij nog moeilijker om een nieuwe DSLR te kopen die niet kan filmen dan eentje die dat wel kan. En de tijden zijn sinds 2008 behoorlijk veranderd.


Vanwege de voorbeeldfilmpjes in dit artikel is het niet mogelijk om dit document als PDF te downloaden.

Inhoudsopgave

Inleiding
Resoluties en formaten
Statief
Geluid
Accesoires
Instellingen
Nabewerken
Magic Lantern
Praktijk



Inleiding


Het is al een paar jaartjes gemeengoed om ook met je DSLR te filmen. In de handen van een kundig iemand en met enkele nuttige accesoires zijn erg mooie filmpjes te maken. Het is misschien wat lastiger dan met een compact-digitale-camera of een handycam. Maar als je doorhebt hoe het werkt dan ontdek je al snel de meerwaarde van een DSLR om mee te filmen.

Om die meerwaarde te begrijpen is het misschien makkelijk om te snappen waar je een DSLR moet plaatsen als je er mee wilt filmen. Je kunt het namelijk totaal niet vergelijken met filmen met je telefoon of met een compact-camera. Dat zou ook een beetje vervelend zijn om met je smartphone (die ook echt niet goedkoop zijn anno nu) betere films te maken dan met je DSLR.
Het is eerlijker om een vergelijk te maken betreft filmen tussen een DSLR en een handycam.

Om te beginnen natuurlijk alle waar naar zijn geld. Een goedkopere instap DSLR maakt waarschijnlijk minder makkelijk mooie films dan een dure handycam en andersom ook. Een goedkope handycam word ook opzij gezet vergeleken met de filmmogelijkheden van een Nikon D810 of Canon 5D mk III.

Het grote verschil tussen filmen met een handycam of een DSLR is de sensor. De sensor in een DSLR is vaak groter wat verschillende voordelen heeft. Allereerst is je scherptediepte veel kleiner. Je kunt veel makkelijker een wazige achtergrond maken in je film. Daarnaast kun je bij een DSLR makkelijk je objectieven verwisselen. Hoewel je bij handycams vaak wel ontzettend ver in kunt zoomen. Dat met een DSLR bereiken vraagt om hele dure tele-objectieven.

Maar waar een handycam puur gemaakt is om te filmen heb je met een DSLR nog steeds primair de functie om te fotograferen. En toevallig kun je er ook mee filmen. De voordelen van de fotografie die ook voor film gelden neem je dan automatisch mee.

Het grote voordeel van een handycam is dat het echt alles in één is. Bij een DSLR heb je een aantal nadelen die je wel kunt overbruggen maar wat je waarschijnlijk extra geld gaat kosten of wat ongemakkelijk werkt. Zo is het geluid bij een DSLR om te filmen nog steeds niet zo geweldig. Een aparte microfoon (later meer daarover) kan dat oplossen.
Ook is de autofocus bij een handycam vaak beter geregeld dan bij een spiegelreflex. Hoewel dat de laatste jaren ook wel aan het verbeteren is door op basis van contrast op de sensor te focussen.

Wanneer je veel wilt filmen en geen hoogstaande filmproducties wilt maken; overweeg dan serieus een goede handycam. Voor 1000 tot 1500 euro heb je handycams waar je echt goede films mee kunt maken. Camera's met in vloeistof gestabiliseerde lenzen waar een goede kwaliteit film uitkomt en waar je ook nog eens goed geluid bij hebt. Ga je tot 2000 euro, dan neem je al snel een instap-professionele filmcamera mee naar huis.

Want dat is eigenlijk het grote nadeel van filmen met een DSLR. Hoewel de kwaliteit misschien beter is dan bij een handycam is het wel veel duurder. Om te beginnen de camera zelf. Maar ook de objectieven. Misschien nog een externe microfoon erbij, een speciale lamp (je flitser is wat zinloos bij het filmen) en je merkt dat je dan al behoorlijk wat geld kwijt bent.


Resoluties en formaten


Een stukje techniek maar wel belangrijk. Je mag het natuurlijk ook overslaan en meteen doorgaan naar de statieven.

Verschillende resoluties

Je kunt natuurlijk opnemen in verschillende formaten. Op moment van schrijven is FullHD wel het maximale formaat waar een spiegelreflex-camera mee op kan nemen. Ik praat dan over een resolutie van 1920 x 1080 pixels. Daarnaast heb je nog gewoon HD (1280 x 720 pixels) en de meeste camera's kunnen ook wel op VGA filmen (640 x 480 pixels). Dit heeft allemaal een reden maar anno nu wil je waarschijnlijk gewoon lekker in FullHD filmen. Filmen in 4K (oftewel UltraHD, dat is ongeveer 3840 bij 2160 pixels) is momenteel nog voorbehouden aan dure compactcamera's of hele dure professionele camera's. Momenteel komen de eerste DSLR's met de mogelijkheid om in 4K te filmen, zij het wat beperkt (De Nikon 5D kan het bijvoorbeeld maar 3 minuten achter elkaar)
Hiernaast de verhoudingen van verschillende resoluties.


Verschillende resoluties

Besef wel dat de resoluties die ik hier boven laat zien in de verhouding 16:9 zijn. Dat is een andere verhouding dan dat je camera aan foto's maakt. De foto's uit je camera komen in een verhouding van 3:2 uit de camera. Bij filmen krijg je dus boven en onder wat minder beeld (of links en rechts meer, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk)
De meeste camera's zullen achterop het schermpje laten zien wat je in beeld krijgt en dat stukje overschot vergeleken met foto's automatisch al verbergen. Maar het is ook even iets om in je achterhoofd te houden dat je niet alles kunt filmen wat je door de zoeker ziet.


Je snapt dat er met een hogere resolutie ook meer data per beeldje binnenkomt. Om dat een beetje te omzeilen hebben fabrikanten twee dingen verzonnen. Gewoon het hele beeld. Dat noemen we "progressive" en word aangeduid met een P. En aan de andere kant is er "Interlaced", aangeduid met een i. Het formaat Interlaced laat beeldlijnen weg. Maar omdat alle beeldjes zo snel achter elkaar zitten valt dat niet op. Het scheelt echter wel aanzienlijk in de hoeveelheid data die de camera en later de computer moeten verwerken.
Om het duidelijk te maken met een voorbeeld.

Verschil tussen progressive en interlaced

Links een "progressive" beeld. Niets bijzonders, je ziet alles. In het midden twee beelden in een "interlaced"-modus. Het tweede beeld heeft de onderbrekende streepjes net iets anders liggen dan de eerste. Ga je dan heel snel achter elkaar vertonen dan vallen die ontbrekende stukjes niet zo op. Deze twee heel snel achter elkaar bekeken levert het laatste beeld op. We ervaren het hetzelfde als het eerste beeld maar als je over 25 beelden per seconde praat dan zit er in die "interlaced" variant aanzienlijk minder data.

Want je snapt natuurlijk dat je het moet doen met meerdere beelden per seconde. Anders is het natuurlijk geen filmen meer. En dat kan ook op verschillende snelheden. Dat word aangeduid in het aantal beelden per seconde, oftewel bps. Zo heb je 25 bps of 30 bps. En er zijn ook nog varianten. Ik neem ze even summier met je door.

Om te beginnen gaat dat terug naar de ouderwetse TV tijd, toen er nog hele grote bakken bij mensen binnen stonden. Je kent ze vast nog wel. Als je ging verhuizen was een grote TV niet in je eentje te tillen. Nu pak je er onder iedere arm eentje.
Maar in die analoge tijd werd het beeld verschillende keren opgebouwd in een seconde. En dat was afhankelijk van het stroomnet waar je op zat. Het stroomnet in Amerika werkt bijvoorbeeld op 60Hz en in Nederland op 50Hz. Het beeld op TV werd in de helft van die tijd opgebouwd. In Amerika waren de films dus 30 beelden per seconde en in Nederland 25 beelden. Zou je een Nederlandse film in Amerika bekijken, dan duurt hij wat langer zeg maar. En hier in Nederland zijn we andersom gezien wat sneller klaar.

In Amerika heet het systeem NTSC (National Television Standards Committee) en in de rest van de wereld, waar met een stroomnet van 50Hz heeft, zoals in Europa, heet het systeem PAL (Phase Alternating Line).

Dit heeft ook zijn doorgang gevonden naar de DSLR. En aangezien er voor Amerika geen andere camera's gemaakt worden dan voor de rest van de wereld kun je op je camera dus beiden instellen. Kies hier in Nederland gewoon lekker voor PAL en film daarom ook op 25 beelden per seconde.

Maar op een camera zitten nog twee andere standen die behoorlijk dicht bij die 25 en 30 beelden per seconde komen. Namelijk 23,976 en 59,94 bps. Deze snelheden hebben ook hun herkomst van vroeger en wel uit het NTSC-formaat. In zwart/wit werkte men op 24 en 60 beelden per seconde maar toen er kleur kwam moest er zeg maar een beetje ruimte gemaakt worden om ook het kleursignaal door te geven. Voor systemen met PAL was dit allemaal niet van toepassing en je kunt deze twee formaten in Nederland dus ook negeren. Misschien zitten ze nog niet eens meer op je camera.

Ook kun je op je camera misschien 50 of 60 beelden per seconde selecteren. Deze zijn natuurlijk een veelvoud van 25 en 30 beelden per seconde en als je met slow-motion gaat werken lopen bij 50 en 60 bps de overgangen per beeldje soepeler.

Dan is er ook nog de compressie waarmee beelden opgenomen worden. Reken eens even mee. Een film in FullHD geeft per beeldframe een resolutie van 2.073.600 megapixels (gewoon 1920 x 1080). En dat is per beeld. Dit zorgt ervoor dat ieder los beelde ongeveer 1.9 MB is.
Maar je bent aan het filmen en je maakt 25 beelden per seconde. Een seconde beeld geeft dus al 49.4 MB per seconde.
Je snapt dat je al erg veel MB's moet verstouwen om een paar minuten te filmen. En dan heb ik het nog niet eens over de manier waarop de kleuren worden behandeld gehad.

Om alles dus een beetje binnen de perken te houden hebben de fabrikanten besloten om al in de camera de beelden enigzins te comprimeren. Er zijn verschillende manieren om beeld te comprimeren, ieders met hun voordelen en nadelen. Daarnaast heb je ook nog verschillende bestandsformaten. Het is een klein beetje verwarrend als je het probeert te vergelijke met fotografie. Dat moet je dan ook maar niet doen.

Je hebt verschillende soorten films. Dit noemt men een container. Het is zoveel als de bestands-extensie. MP4 en .MOV zijn twee populaire formaten die je misschien wel kent. Daarnaast is er dus ook nog een vorm van compressie van toepassing. Dit heet ook wel de codec. Het staat voor coderen/decoderen of te comprimeren/decomprimeren. Het kleiner maken bij het opslaan en weer naar iets bruikbaars maken bij het afspelen.
Ik som even een paar codecs voor je op.

• Apple ProRes 422. Dit is een vorm van compressie die eigenlijk bedoeld is als tussenstap en niet voor het eindproduct. Het is een vorm van compressie die de optimale ruimte over laat voor nog meer bewerking.
• H.264 Dit is wel een soort van consumenten-compressie. Hij comprimeert meer dan de Apple ProRes 422 en zijn prima geschikt voor film die je op het internet wilt laten zien. Daarnaast zijn er ook nog varianten zoals H.263 en H.262.
• WMV. De standaard codec van Windows.
• DivX. Voornamelijk populair om lange films in hapklare brokken te verwerken. Nog bekend uit de tijd dat films veel illegaal gedownload werden.
• IPB. Dat staat voor Interframe. Hierbij word niet ieder beeldje gecomprimeerd. Per halve seconde word er één hoofdbeeldje opgeslagen en de beeldjes ervoor en erna worden gecomprimeerd. Er word ook nog gekeken naar naastgelegen hoofdbeeldjes. Klinkt leuk maar hoe weet de camera nu wat voor hoofdbeeld er nog moet komen? Vooral met monteren kun je van deze hoofdbeeldjes afhankelijk zijn.
• All-intra. Kortweg All-I of All-intra. Ook dit is een intraframe-compressie. Maar wel een andere versie als het IPB-systeem. Bij deze versie van compressie word ieder beeld enigzins gecomprimeerd en als hoofdbeeld behandeld. Het levert wel vele malen grotere bestanden op dan bij IPB.

Wil je voor de beste kwaliteit gaan, kies dan dus voor All-I. Als het kan op je camera natuurlijk. Soms heb je helemaal geen keus. Het betekent misschien wel dat je grote geheugenkaartjes moet hebben in je camera maar je gaat met de beste kwaliteit naar de computer om na te bewerken. En dat is natuurlijk wat je wilt. Dat je het later aan het einde nog een keer comprimeert is het verstandigst.
Het is net als met fotograferen. Wanneer je fotografeert in RAW dan kun je daar bij de nabewerking meer mee dan dat je meteen in JPG fotografeert. Dat je aan het einde van de rit de foto opslaat als JPG geeft je in het bewerkingsproces wel de meeste ruimte om dingen te doen.

Zo, dit was best wel even een ingewikkeld stukje misschien. Som ik dit heel snel even voor je op. Als je hier in Nederland wil filmen en de hoogste kwaliteit in je nabewerkingssoftware wil hebben dan stel je je camera dus in op PAL, op 25 beelden per seconde en de compressie op All-I. Kies een hogere beelden per seconde snelheid (bijvoorbeeld 50) als je slow-motions gaat maken.

Natuurlijk kun je in 30 beelden per seconde gaan filmen, niemand die je tegenhoud. Voor filmpjes op internet is dit goed mogelijk. Ga je de films echter ook op TV bij je familie afspelen dan kan dat wel eens raar ogen als je het in PAL doet en wanneer je het in NTSC doet kan het goed zijn dat het helemaal niet werkt. De meeste TV's van nu detecteren vanzelf wel of iets in 25 of 30 beelden per seconde is opgenomen. Ze corrigeren dit zelf en je film word gewoon goed weergegeven.
Overigens kun je natuurlijk in je nabewerking nog kiezen voor PAL of NTSC maar bedenk dat je dan beelden tekort komt of dat je beelden weg moet gooien.


Statieven


Uit de hand fotograferen is nog wel te doen. Uit de hand filmen is totaal iets anders. Waar je met fotografie één beeld goed moet hebben ben je met filmen al langer bezig. Uit de hand zal beeld op en neer gaan. En van links naar rechts. Het is onmogelijk om een filmpje te maken uit de hand zonder de camera te bewegen. Kijk maar eens naar hiernaast.

Een statief is dus eigenlijk wel verplicht. Een monopod kan ook als je wat snel wilt bewegen. Maar in dat laatste geval zijn er ook aparte schouderstatieven speciaal om te filmen.

Het zorgt in ieder geval voor een stabiele basis om alle kleine bewegingen tot een minimum te elimineren. Wanneer je filmt met veel groothoek is het nog niet zo opvallend maar wanneer je werkt met wat tele dan valt het al heel snel op. Objectieven met stabilisatie helpen natuurlijk wel wat maar het kan niet op tegen een stevig statief.

In theorie kun je met je fotostatief al vaak uit de voeten. Een video-kop is misschien wat makkelijker. Dan kun je de camera ook nog vrij makkelijk draaien.

Maar met een statief huppel je niet makkelijk rond. Om rond te lopen tijdens het filmen met een DSLR zijn er weer andere oplossingen. Zo heb je een shoulder-rig. Een rig is niets anders dan een systeem waar je de camera op zet en waar je nog van alles aan vast kunt koppelen; een extra groot scherm, een aparte audiorecorder, een externe recorder voor je beeld, een matte-box (soort zonnekap) en een follow-focus (om handmatig makkelijk te kunnen focussen) om maar wat te noemen. Maar dan praat je ook wel over een aardig uitgebreid (en dus ook duur) systeem.

Een tussenoplossing is een monopod onder de camera en die dan in een aparte pouch aan je broekriem steken. Op die manier ben je een stuk goedkoper uit en heb je de verticale bewegingen er wel een heel stuk uitgehaald.


Geluid


Een film zonder geluid is waardeloos. Zelfs vroeger, toen men nog geen geluid bij een film op kon nemen, zaten er orkesten te spelen in de bioscoop. Geluid is net zo belangrijk voor de beleving van je film als het beeld zelf. Ga jezelf maar na als je naar de bioscoop gaat; je wilt niet alleen overdonderd worden door wat er op het scherm te zien is. Je oren moeten ook geprikkeld worden.

En zo is dat met een DSLR ook. Als je daar mee filmt, dan wil je ook bijbehorend geluid.
Helaas zijn de interne microfoons van een DSLR niet zo geweldig. Soms zit er maar eentje in waardoor alles mono is. Soms twee en heb je wel stereo. Maar het zijn maar hele kleine microfoontjes en bij veel herrie gaan ze helemaal over de flos. Het geluid zal dan erg snel vervormen.
Ook pikken ze de geluiden op die je zelf maakt met de camera. Als je inzoomt, dan is dat te horen. Als je aan andere knoppen zit, dan is dat te horen. Sterker nog; als je met je vingers over de camera-body beweegt, het is te horen. En daar zit je natuurlijk niet op te wachten. Veel camera's hebben tegenwoordig ook een ingang voor het geluid. Op deze manier kun je een losse microfoon aansluiten. Er zijn speciale microfoons voor DSLR-camera's. Denk hierbij aan de Sneheisser MKE 400 of de Røde VideoMic Pro. Natuurlijk kosten deze weer extra geld maar het is zeker de moeite waard. Je bent af van het contactgeluid wanneer je met je handen aan de camera zit en de kwaliteit van de microfoons is een stuk beter dan die in je camera zitten. Beide microfoons vereisen wel een aparte batterij maar ze bieden gewoon stereogeluid en zijn een stuk minder gevoelig voor wind dan die in je camera zitten.

Wil je nog een stapje verder dan zou je ook een externe audio-recorder kunnen overwegen. Het maakt het wat omslachtiger omdat je later bij de nabewerking de audio moet synchroniseren met de film. Maar de mogelijkheden zijn net even iets uitgebreider.
Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar de Zoom H4n dan heb je niet alleen twee microfoontjes er bovenop zitten maar er zijn ook twee losse aansluitingen waar je praktisch iedere microfoon rechtstreeks op aan kunt sluiten.

Natuurlijk kun je van een externe audio-recorder het geluid rechtstreeks je DSLR in laten lopen. Als je het ook nog los in de recorder opneemt is het synchroniseren vaak een peulenschil.

In het onderstaande filmpje heb ik verschillende dingen opgenomen met verschillende microfoons.

In het eerste stuk de kwaliteit van de interne microfoon van de camera, de tweede met een losse microfoon (en in dit geval dus mono) rechtstreeks op de camera ingeprikt, de derde is met een losse Sennheiser MKE 400 en tot slot is de laatste met een losse audiorecorder (De zoom H4n) en daar is de audio er later bijgezet. Laat je oren zelf maar beslissen wat het beste is.

Als het gaat om de kosten, die interne microfoon in de camera kost natuurlijk niets. Let er wel op dat ik in het filmpje niet aan de camera kwam met mijn handen, dat zou te horen zijn. Ook het veranderen van het diafragma word door de microfoon in de camera opgepikt.
Een externe microfoon speciaal voor een DSLR, zoals die van Sennheiser of van Røde, zal dit probleem niet hebben en kost je ongeveer 100 tot 150 euro voor een leuk modelletje.
Een losse microfoon (ik gebruik daarvoor bijvoorbeeld een Sennheiser 845) kost, inclusief kabel, ongeveer 120 euro en is vooral bij intervieuws met mensen handig.
Een zoom-recorder zoals ik heb, de H4n, kost iets meer dan 200 euro. Hoewel de kleine microfoontjes erop leuk zijn is natuurlijk het voordeel dat je er ook losse microfoons of andere dingen op aan kunt sluiten. Het maakt het hele gebeuren behoorlijk veelzijdig als het om geluid gaat.

En vergeet ook niet dat je het geluid ook terug wilt horen. Een los speakertje in de camera is leuk maar midden in een drukke winkelstraat hoor je daar echt niets op. Zorg voor een camera met een koptelefoon-uitgang. Ik heb altijd een setje oordopjes van mijn telefoon in de auto liggen om terug te horen wat ik film. Al is het alleen maar om te horen of het geluid niet teveel aan het vervormen is en of ik überhaupt wel geluid heb.


Accessoires


Ik noemde eerder al de shoulder-rig en wat andere accesoires maar laat ik ze ook even wat nader bekijken. Ook de externe microfoon is natuurlijk een externe accessoire. Maar ik noemde er meer.

Een follow-focus op een DSLR

Een followfocus

Een accessoire wat een rig vereist. Het is een soort draaiknop die de focusring van je objectief bediend. Focussen tijdens het filmen vanaf de camera is niet altijd even handig. De camera moet op zoek naar het beste contrast op de sensor en dat kan soms even een paar seconden duren of ergens uitkomen wat jij niet voor ogen hebt. Handmatig focussen is dan soms beter.
Maar de kleine scherpstelring op bepaalde objectieven maken dit niet makkelijk en dan kan een follow-focus soms handig zijn.


Een windkap op een microfoon

Windkap / plopbol

Wanneer je buiten gaat filmen dan kan het zijn dat de wind vat krijgt op je microfoon. Je hoort dan continu het suizen van de wind en dat is behoorlijk vervelend. Daar zijn aparte pluizige hoesjes voor. Hierdoor word het windgeruis aanzienlijk verminderd.
Een gewone plopkap of plopbol dempt de hinderlijke p-klanken (het puh-geluid) ook al aanzienlijk. Bij veel microfoons is deze al meegeleverd en anders kosten ze een paar euro. Een echte windkap is duurder en meestal niet bijgeleverd. Maar als je veel buiten bezig bent zou ik deze zeker kopen.


Een LED-panel op een DSLR

Een losse lamp

Je snapt dat je bij fotograferen soms te weinig licht hebt, of dat het licht niet mooi is. Een flitser kan dan uitkomst bieden. In filmen is het niet veel anders. Daar heb je soms te weinig licht of te weinig licht waar jij het wil hebben. Een flitser is wat zinloos want je bent aan het filmen en niet aan het fotograferen. Een losse lamp kan dan uitkomst bieden.
Er zijn tal van oplossingen. Zo zijn er kleine hallogeenlampjes of hele LED-panels. Ieders met hun eigen voor en nadelen en ieders met hun eigen kostenplaatje. Bedenk dat je, zeker overdag, ook met een reflectiescherm natuurlijk al een hele hoop kunt.


Een ND-filter

ND filter

Soms wil je een kleinere scherptediepte dan je diafragma je toelaat. Gewoon omdat je teveel licht binnen krijgt. Een ND-filter (ND staat voor Neutral Density) kan je dan helpen. Hierdoor maak je simpelweg je beeld donkerder met een grijsfilter. En daardoor moet je dan iets compenseren in je belichting; in dit geval kies je natuurlijk voor een grotere diafragma-opening.

ND-filters zijn er in alle soorten en maten te koop en als je veel verschillende objectieven hebt (veel verschillende diameters) dan kan het wel eens in de papieren lopen. Er zijn ook ND-filters die je in kunt stellen, dit zijn ND-grad-filters. Samen met step-up-ringen, of step-down, zou je met één filter op al je objectieven vooruit kunnen.


Een zoeker op een DSLR

Zoeker of Loupe

Je bent bij het filmen afhankelijk van het schermpje achterop je camera om te zien wat je doet. Je kunt immers niet door de zoeker kijken. De spiegel is opgeklapt dus het beeld door de zoeker is aardig zwart. Maar zeker buiten kun je wel eens problemen hebben met kijken op het schermpje. De zon kan aardig roet in het eten gooien om goed te kunnen zien wat je doet.

Daarvoor zijn speciale zoekers gemaakt. Je kunt deze achterop je camera bevestiggen en dan kun je door die zoeker naar het schermpje kijken zonder dat je last hebt van invloeden van buitenaf.


En zo zijn er nog veel meer accessoires. Je kunt een los scherm op een rig monteren, een extra recorder die via HDMI vanuit je camera het beeld zonder compressie opneemt (of gewoon een back-up geeft). Je het speciale zonnekappen (matte-box) en nog veel meer handige dingen. Alles met een prijskaartje natuurlijk.


Welke sluitertijd, diafragma of iso bij filmen?


Net als bij fotograferen moet je je bij het filmen natuurlijk ook bezig houden met instellingen zoals sluitertijden, diafragma en iso.
Om te beginnen de sluitertijt. Er zitten namelijk grenzen aan. Waar jij in de fotografie vanaf een statief sluitertijden van enkele seconden zou kunnen maken kun je dat bij filmen niet. Je maakt immers met filmen een aantal beelden per seconde. Je snapt dat het instellen van een sluitertijd van 2 seconden niet mogelijk is dan. Je kunt met je sluitertijd nooit verder zakken dan het aantal beelden per seconde wat je hebt ingesteld. Film je met 50 bps dan is de langzaamste sluitertijd 1/50 en als je op 25 bps filmt dan is het 1/25. Dit moet je in je achterhoofd houden als je gaat filmen.
Een snellere sluitertijd kan natuurlijk wel, het is geen probleem om op 1/500 te filmen bijvoorbeeld.

Ook bij het filmen controleer je de scherptediepte met je diafragma. Maar omdat je met bewegend beeld werkt val onscherpte in de achtergrond makkelijker op. Door het grotere formaat van de sensor vergeleken met een handycam of compactcamera is dit natuurlijk ook de kracht en misschien wel de reden waarom je met een DSLR filmt.
Open diafragma's, al dan niet gecombineerd met langere brandpunten, kunnen voor heerlijk zachter achtergronden zorgen. Het nadeel is, dat als je het diafragma open zet, je dus ontzettend veel licht binnenkrijgt. Soms kun je met je iso niet verder zakken of wil je geen snellere sluitertijd. Een ND-filter biedt dan uitkomst.

ISO werkt als normaal; het is het sluitstuk op je instellingen. Je bepaalt eerst het diafragma, vervolgens je sluitertijd en tot slot je iso.

Net als bij fotograferen is er ook voor filmen geen getal te geven wat je moet instellen; het is aan jouw creativiteit wat je gebruikt. Maar bedenk dat de sluitertijd bij filmen minder belangrijk is dan bij fotograferen. Als je voetbal fotografeert wil je misschien een sluitertijd van bijvoorbeeld 1/800 omdat dat de spelers zo mooi bevriest. Dat geld bij filmen natuurlijk niet, dan heb je altijd beweging. Je kunt het dus makkelijk af met langzamere sluitertijd.
Maar om nu te zeggen dat je je camera in moet stellen op 1/100, f/8.0 en iso 100 is wat overdreven. Dit werkt misschien op het ene moment van de dag maar in de avonduren niet meer. Je snapt dus hoe zinloos het is om wat getallen te geven.


Nabewerking


Net als bij foto's ga je er ook bij video niet aan ontkomen. Je zult een stukje moeten nabewerken.
Om te beginnen wil je natuurlijk alleen de film laten zien die jij goed vind. Wanneer je de opname begint en ook als je hem stopt zit er vaak een stukje voor en na wat je niet nodig hebt. Als je bijvoorbeeld bij de snelweg staat en wacht op een vrachtauto dan zijn die eerste auto's totaal niet nodig. Met nabewerkingsprogramma's knip je dat er af.

Ook de indeling welk shot (een shot is een stukje film) na welk shot moet komen bepaal je op die manier. Je hebt misschien in je reportage later beelden opgenomen die je al vroeg in je film wil laten zien.

En daarnaast wil je misschien ook dingen aanpassen. Je wil er misschien een tekst bij hebben of je wil de kleuren wat veranderen. Misschien wil je zelfs wel iemand voor een groen scherm filmen en hem daarna op een zonnig eiland zetten. Net als met fotograferen is je eigen fantasie ook weer de limiet

Welke software je moet gebruiken hangt af van twee dingen. Ten eerste wat je wensen zijn en ten tweede wat je er aan uit wilt geven. Wanneer je bijvoorbeeld Adobe Premiere Pro CC koopt, dan heb je een geweldig stuk software waar je bijna alles mee kunt. Een abbonement kost je echter wel ongeveer 60 euro per maand. Dan praat je dus over ruim 700 euro per jaar, ieder jaar. Ietsjes duurder dan Photoshop dus.

Maar er zijn ook goedkopere pakketen. Een uitgeklede versie van Premiere, Premiere Elements, is ook los te kopen. Geen abbonement maar in één keer betalen en dan heb je het pakket. Dit kost ongeveer 80 euro. En in die categorie zijn er meer pakketen. Hoewel er niet alle toeters en bellen opzitten die je in de hele dure paketten hebt kun je in 9 van de 10 gevallen wel vooruit; Je kunt met meerdere sporen werken zodat je de losse shots makkelijk kunt sorteren, je kunt de overgangen bepalen en je kunt met de audio op aparte sporen werken. Daarnaast zitten er ook vaak nog een hoop bruikbare dingen in om bijvoorbeeld kleuren te corrigeren.
Met die functies heb je al een belangrijke basis te pakken.



Magic Lantern


De meeste camera's zijn wel redelijk goed in te stellen. Maar het kan allemaal nog een stapje verder. Dingen die op een dure handycam of semi-professionele camera zitten, zoals meer controle over de compressie of betere controle over de audio. Op een DSLR is het soms aanwezig en kun je het aan en uit zetten maar meer ook niet.
Een groep hobbyisten is een aantal jaar geleden begonnen met het maken van een stukje software waarin de controle over de DSLR-camera verder ging dan de standaard software van de fabrikant. Zij wilden wel filmen met een DSLR maar misten echt, in hun ogen, belangrijke functies. Zij schreven de software genaamd Magic Lantern.

Magic Lantern op een DSLR

Dit stukje software moest in het verleden op de camera geinstalleerd worden en verving de Canon-software in de camera. Hierdoor was je ook in één klap de garantie en support van Canon kwijt. Tegenwoordig draait de software vanaf je geheugenkaart en hoef je dus niets op de camera te veranderen. Daarmee is het dus geen aanpassing aan de camera en heeft het dus geen invloed op de garantie. (hoewel ik denk dat het gebruik van de Magic Lantern altijd nog voor eigen risico is)

Magic Lantern is er niet voor iedere camera. Momenteel ondersteunen ze alleen camera's van Canon en dan ook nog niet eens ieder model. Op moment van schrijven ondersteunen ze alleen de 5D2, 5D3, 6D, 7D, 50D, 60D, 500D, 550D, 600D, 650D, 700D, 1100D, EOS M. Je ziet dat de 70D en 100D er bijvoorbeeld niet tussenstaan. Voor meer informatie wil ik je doorverwijzen naar hun website: magiclantern.fm.


De praktijk


Nu ik een hoop dingen besproken hebt is het natuurlijk ook zaak dat je daadwerkelijk iets gaat doen met je camera. Hierboven is allemaal theorie maar er is natuurlijk ook een stukje praktijk.

Begrijp dat filmen iets anders is dan fotograferen. Het is zeker niet zo dat als je goed kunt fotograferen dat filmen geen probleem zal zijn. Natuurlijk heb je een beetje kijk op beeld maar een verhaal vertellen met foto's is anders dan met film.

Om te beginnen kun je met film niet alles af in één beeld. En dat is wel waar je bij fotografie naar streeft. Een foto zegt meer dan duizend woorden en een film is geen foto. Je moet je verhaal dus zelf gaan vertellen.

Bedenk daarom vooraf goed wat er allemaal op moet. Maak eventueel een klein draaiboek of schets alles eens uit. Filmen is wat intensiever dan fotograferen en vereist wat langer de aandacht. Het opnemen van de beelden is wat tijdrovender. Als je een overzicht wilt maken van een straat dan moet je natuurlijk eerst bepalen waar je gaat staan, statief opstellen, alles aansluiten en dan een stukje opnemen. Met je fotocamera loop je naar de jusite plek en heb je in vijf tellen wel de foto gemaakt. Om te filmen ben je misschien twee minuten verder.

Als ik mijn verhaal in 5 foto's kan vertellen, dan heb ik daar voor de film misschien nog wel meer voor nodig. Misschien moet ik wel op tien verschillende plekken een filmpje maken. Snap je dat het filmen dan veel meer tijd kost?

Om een interessant filmpje te maken heb je dus ook best wel weer de nodige ervaring en kennis nodig. Het is dan ook nog afhankelijk van wat voor soort film je maakt. Een korte speelfilm vereist een hele andere aanpak dan een kort journalistiek stukje. Ik houd me met regelmaat bezig met het laatste en kan, met de spullen die ik heb, redelijk goed uit de voeten. Ik heb geen aparte lamp bijvoorbeeld en dat is iets waar ik omheen moet werken.





Over grijskaarten en witbalans Terug naar boven Terug naar de tips Over extenders en convertors


Fotojeroen per mail Fotojeroen op 500px Fotojeroen op Google+ Fotojeroen op Facebook Fotojeroen op 1x Fotojeroen op Youtube